3 vragen aan…Manon Stravens

In deze rubriek stellen we 3 vragen aan iemand die verbonden is aan de Foundation Max van der Stoel. Deze keer is Manon Stravens aan het woord! Zij sprak een column uit tijdens het Politiek Café “Nederland in Mali”.

1.       Je hebt vier in Mali gewerkt als ontwikkelingswerker voor ICCO. Op maandag 26 juni sprak je een column uit op het FMS politiek café “Nederland in Mali” over je laatste dagen daar. Wat moet het Nederlandse publiek denk je weten over wat er in Mali gaande is op het moment?

Misschien wel dat er decennialang een collectieve blindheid heeft bestaan. Daardoor werd Mali als democratisch lichtend voorbeeld gezien en was er geen oog voor structurele probldsc02232emen die zich jarenlang onderling hebben kunnen versterken. En die tot de huidige toestand hebben geleid. In Mali heerst al decennia een uiterst complex conflict, dat van een afstand moeilijk te begrijpen is. In Bamako was dat al ontzettend lastig. Het valt me op dat het vaak veel te simpel en zwartwit wordt uitgelegd als een noord-zuid, etnisch of religieus conflict. Of dat er een burgeroorlog gaande is. Terwijl diepliggende, eerder politieke, sociaal-economische en historische oorzaken een veel grotere rol gespeeld. Denk aan de zwakke staat en corruptie, werkloosheid en armoede waardoor kansloze jongeren makkelijk te mobiliseren waren door extremistische groeperingen. En natuurlijk historische factoren zoals de Franse, op eigenbelang gestoelde inmenging in de regio. Ook is het geen puur Malinees probleem. Door het gebrek aan regionale samenwerking (met Algerije, Mauritanië) en poreuze grenzen konden AQMI en aanverwante extremistische groepen zich vestigen en uiterst destabiliserende drugs- en wapenhandel floreren. 

En tegelijkertijd gaat het dagelijkse leven er gewoon zijn gang. Dat wordt ook wel eens vergeten. 

2.       Wat is je het meest bijgebleven uit je tijd in Mali?

De dynamiek van het straatleven en de mensen, mijn vrienden en collega's. Ik heb ontzettend genoten van de humor, de gastvrijheid, zorgzaamheid, het feit dat je bij de familie van dé nationale voetbalheld de Africa Cup kan gaan kijken. Dat je op straat altijd begroet wordt, of uitgenodigd voor een thee, of een lift naar huis aangeboden krijgt. 

Ik kon ook echt genieten van de tochtjes langs de Fleuve Niger, bewonderen van die levensgrote baobab bomen, rijke muziekcultuur, het ontbijt van stokbrood en koffie met poedermelk, met een brommertje over de schapenmarkt rijden, ’s ochtends wakker worden op het dak met de zon op je kop. Door de hitte ben je altijd buiten, altijd schijnt de zon. En dat leven ging óók voor een groot deel door tijdens de crisis. Het is een heel gemoedelijk, dynamisch en warm land. 

 Er waren natuurlijk ook minder leuke kanten die me bijblijven, zoals de kloof tussen puissante rijkdom en diepe armoede, intimiderende en corrupte politieagenten, de zo ontzettend conservatieve houding van zelfs de meest gestudeerde mannen, dieven van een brood die in elkaar gemept worden. En het feit dat je alsmaar als een buitenstaander wordt gezien.   

3.       Een jaar gelden kwam je boek Bamako Bonjour! Over heethoofden, hulp en humor in crisistijd uit. Daarnaast ben je journalist voor onder andere Vice Versa en volg je momenteel de postacademische dagbladopleiding journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Welke factoren hebben ertoe geleid om over te stappen van ontwikkelingswerk naar journalistiek?

Simpelweg omdat ik met veel energie en schrijflol een boek heb kunnen schrijven naast een volle werkweek in een slopend klimaat. Ik kreeg veel positieve reacties op mijn schrijfstijl. Mannen die niet nooit lezen hebben mijn boek uitgelezen! Ik moest dus meer met schrijven doen. Maar ik laat het ontwikkelingswerk niet achter me. Mijn hart blijft liggen bij armoede, onrecht en politieke/economische machtsverhoudingen. Met onderzoeksjournalistiek kun je daar juist heel goed aandacht voor vragen. Armoede en onrecht hebben heel vaak structurele diepliggende politieke oorzaken die veel mensen niet kennen en die invloed hebben op het succes van ontwikkelingswerk. En dus bijdragen aan een bepaald beeld van dat werk. Ik hoop met onderzoeksjournalistiek naar boven te kunnen brengen en op een leuke leesbare manier over te brengen op het bredere publiek. Ontwikkelingswerk en journalistiek is heel goed te combineren. Het is maar net welke kant je van een verhaal belicht.   

www.manonstravens.nl

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl