Afrika’s ‘War on Terror’

In Mombassa, Kenia, is de politie vorige week met groot geschut een moskee binnengevallen en heeft op hardhandige wijze meer dan 100 jongeren opgepakt. De veelal minderjarige jongens werden ervan verdacht om Al-Shabaab militanten te rekruteren. Sinds de terroristische aanslag in Nairobi eind september doet de Keniaanse regering er alles aan om moslim extremisme uit te bannen. Toch lijkt de locus van het moslim terrorisme te verschuiven van landen als Afghanistan en Jemen naar Afrika. Vooral landen als Kenia, Somalië, Nigeria, Mali en Algerije komen steeds vaker in het nieuws als het gaat om aanslagen en terroristische groeperingen. Naast de regeringen van deze landen zelf zet het Westen ook stappen om dit te voorkomen. Maar tegen wie vechten ze en met welke tactieken? En nog belangrijker: waarom mengt het Westen zich in deze strijd? Een kort overzicht.

Drie bekendste groeperingen
Drie groeperingen worden het meest genoemd wanneer het gaat over Afrika’s ‘War on Terror’: Boko Haram, Al-Shabaab, en AQIM. De eerste is een salafistische, jihadistische groepering uit Nigeria. Ze willen de regering omverwerpen en een islamitische staat uitroepen. Ook zijn ze fel tegen alles wat ze zien als westers, inclusief het dragen van broeken, seculier onderwijs, en stemmen in verkiezingen. Ze bevrijden gevangen uit cellen, vallen politiebureaus aan en zetten zelfmoordterroristen in. In de afgelopen 5 jaar zijn daardoor al honderden mensen gedood. Human Rights Watch beschuldigt Boko Haram er ook van kindsoldaten te ronselen en op grote schaal vrouwen en meisjes te ontvoeren en verkrachten. De Nigeriaanse regering heeft vorige week aangekondigd om nog meer man en materieel in te zetten, waaraan de president toevoegde: ‘Niemand van ons zal slapen totdat Nigerianen in [de provincie] Borno kunnen slapen’. Experts geven aan dat Nigeria de bedreiging van Boko Haram alleen kan afwenden als de regering de chronische armoede tegengaat en een onderwijssysteem organiseert dat ondersteund wordt door de lokale bevolking.

Al-Shabaab is een islamitische terreurbeweging uit Somalië. Ook zij willen een Islamitische staat oprichten gebaseerd op de sharia. In 2006 grepen ze de macht in Somalië als jongerenafdeling van de Unie van Islamitische Rechtbanken. Uiteindelijk werden ze uit de hoofdstad Mogadishu verdreven door het Ethiopische leger, maar veroverden daarna andere grote delen van Somalië. Ze voeren nu een guerrillastrijd, maar hebben niet overal de steun van de bevolking, doordat ze weigerden buitenlandse hulporganisaties toe te laten tijdens een ernstige hongersnood tussen 2010 en 2012. Sinds 2011 probeert het Keniaanse leger samen met het Franse leger Al-Shabaab steeds verder terug te dringen. Als wraakactie voor die buitenlandse inmenging pleegden ze in september 2013 een gruwelijke aanslag op de West Gate Mall in Nairobi. Kenia antwoordt nu met luchtaanvallen die militanten gericht uit zouden moeten schakelen.

De derde bekende groep is AQIM, een acroniem van ‘Al-Qaeda in the Islamic Maghreb’. Dit is de Afrikaanse afdeling van Al-Qaida die regeringen in Algerije, Libië, Mali, Mauritanië, Marokko en Tunesië omver willen werpen en er een islamitische staat willen stichten. Ze komen voort uit een beweging van radicale moslims uit de jaren ´90 en zijn sinds 2006 officieel aangesloten bij Al Qaeda. AQIM opereert in landen in de Sahel regio, waaronder Mali en Mauritanië. Door het ontvoeren van Westerse toeristen genereren ze niet alleen aandacht voor hun drijfveren maar ook hun inkomen: er wordt gezegd dat ze daarmee alleen al 50 miljoen USD bijeen hebben gebracht. In Noord-Mali proberen ze een sterke voet aan de grond te krijgen. Dit is een van de redenen dat de Verenigde Naties met onder andere troepen uit Frankrijk en Nederland een missie naar Mali stuurt.

Globale jihad, maar nationale agenda’s
In Westerse media wordt vaak genoemd dat deze groeperingen gelinkt zijn aan Al Qaeda, maar daar blijft onduidelijkheid over bestaan. De drie bewegingen hebben wel gemeen dat ze een islamitische staat willen stichten en de ongelovigen willen uitbannen. Toch is het religieuze en ideologische motief niet per se de reden waarom ze groeien in populariteit volgens analisten: vooral de uitzichtloze sociaal-economische situaties waarin veel jongeren zich bevinden laat voor hen weinig keus. Daarnaast hebben de groeperingen nationale agenda’s die de globale jihadstrijd overschaduwen.

Westerse inmenging
Ondanks de nationale agenda’s vreest het Westen de groeiende bedreiging van deze groeperingen. De Verenigde Staten en Europese landen mengen zich steeds meer in de strijd, die ze omschrijven als onderdeel van de wereldwijde ‘War on Terror’. Die inmenging gebeurt voornamelijk op twee manieren: het uitvoeren van drone aanvallen en militaire interventies. De Amerikanen gebruiken de onbemande vliegtuigen om militanten uit te schakelen. Van de hoofdbasis in Stuttgart stuurt AFRICOM, de Amerikaanse militaire afdeling die verantwoordelijk is voor militaire operaties in Afrika, de drones weg. Daarnaast vinden er steeds meer militaire interventies plaats. De VS, de VN, NATO en de EU doen hier allemaal aan mee. De interventies hebben ertoe geleid dat rebellen en militanten werden teruggedrongen en corrupte misdadige leiders zoals Khaddafi zijn afgezet, maar er is ook veel kritiek op. Niet alleen leidt het volgens sommigen vaak niet tot stabilisering en wordt het door anderen gezien als een aanval op de soevereiniteit van een land, maar het kan ook gezien worden als een ‘nieuwe wedloop om Afrika’, zoals David van Peteghem het bijvoorbeeld noemt in een opiniestuk.

Van Peteghem pleit dat de nieuwe Amerikaanse strategie enkel in het licht van de ‘Chinese dreiging’ en een nieuwe ronde in de exploitatie van Afrikaanse grondstoffen geplaatst kan worden. De economische belangen van de EU en de VS moeten worden veilig gesteld gezien de opkomende invloed van landen als China en Brazilië. Afrikaanse economieën zijn aan het groeien en vormen zo steeds meer potentiële afzetmarkten voor het Westen en de grondstoffen die de meeste Afrikaanse landen bezitten blijven een grote aantrekkingskracht uitoefenen. Anderen, zoals Jeremy Keenan, duiden ook op hoe deze War on Terror in Afrika vooral wordt gebruikt om de ‘imperiale belangen’ van de VS na te streven. Door in de media vooral de focus te leggen op de opkomst van (islamitische) terroristische groeperingen, wordt de inmenging gelegitimeerd.

De Franse inmenging wordt door sommigen op dezelfde manier beoordeeld. Frankrijk kent een lange geschiedenis van militaire interventies in sub-Sahara Afrika. Benedikt Erforth en George Deffner geven in hun blog aan hoe volgens hen duidelijk naar voren komt dat deze interventies alleen gepleegd werden om regeringen te installeren die op de hand van Frankrijk waren, om hun economische belangen veilig te stellen, of om Frankrijk als internationale politieke macht meer op de kaart te zetten.

Afgelopen zaterdag gaf Chris Michel, journalist en reportage maker, een lezing over zijn ervaringen met de conflicten in Centraal Afrika tijdens het congres A Struggle for Peace. Michel’s werk bracht hem direct in contact met rebellenleiders en de lokale bevolking en maakte de conflicten en de gevolgen ervan zo van binnenuit mee. Volgens hem was de chronische instabiliteit in de regio veroorzaakt (en werd nu geprolongeerd) doordat de ex-koloniale machten zoals België en Frankrijk een neokolonialistisch beleid voeren: elke nieuwe grondstof of grondstofvoorraad die gevonden wordt, versterkt de economische belangen van het Westen in Centraal Afrika, en ze geven de lokale bevolking geen kans om het heft in eigen handen te nemen.  Volgens Michiel willen de ex-koloniale machten een vinger in de pap houden en steunen daarom dictaturen of democratieën wanneer het ze uitkomt, wat geenszins stabiliteit stimuleert. Ook de Verenigde Staten opereert op een vergelijkbare manier: dezelfde Khaddafi die is afgezet in 2011 werd daarvoor al die tijd door de Verenigde Staten in het zadel gehouden.

Toch gaf Michel ook aan dat de invloed en middelen van het Westen ook  zeer positieve invloeden kunnen hebben, vooral als we kijken naar de NGOs en particuliere initiatieven die nu actief zijn in bijvoorbeeld Noord-Oeganda. Nadat het rebellenleger verdreven was (met behulp van onder andere Amerikaanse troepen) leeft de economie weer op en kunnen mensen weer hun levens opbouwen, gesteund door internationale en lokale NGOs.

Er is dus veel discussie over de motieven en effectiviteit van deze Westerse inmenging. Zoals Michel ook aangaf, wordt daarbij vaak te weinig aandacht besteed aan de belangrijkste slachtoffers van deze conflicten en terroristische aanvallen: de lokale bevolking zelf. Stabiliteit is voor hen essentieel, en regeringen en rebellen, of ze nu binnen- of buitenlands zijn, zouden dat voorop moeten zetten.

Door Merel Berkelmans 


Bronnen: Al Arabiya, Al Jazeera, All Africa, BBC I, BBC II, Pulitzer Center, Mail&Guardian, Clingendael, Volkskrant, Africa on the Blog, De Wereld Morgen, Think Africa Press, Reuters.



Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl