Anti-homowetten in Afrika en de rol van het Westen

Half januari besloot de Nigeriaanse President Goodluck Jonathan om relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar te stellen. Degene die de wet overtreden zouden tot 14 jaar cel kunnen krijgen. Een paar weken daarvoor werden de anti-homowetten in Oeganda verzwaard: het parlement nam wetten aan die een levenslange gevangenisstraf stellen voor ‘homoseksuele handelingen’. In eerste instantie werd er nog gelobbyd voor de doodstraf, waardoor de wet spottend de ‘Kill the Gays’-wet werd genoemd. Amnesty International gaf in juni 2013 al aan dat het anti-homogeweld in Afrika op een "gevaarlijk niveau" beland is. In 38 landen in Afrika zijn er wetten tegen homofilie, en het lijken er alleen maar meer te worden: naast Nigeria en Oeganda zijn ook Burundi, Tanzania, en Kameroen wetten aan het opstellen.

Deze ontwikkelingen veroorzaakten een golf van protest in het Westen. Niet alleen brachten deze wetten de veiligheid en leefbaarheid van LGBTQ in Afrika in gevaar, ze zijn ook een aanval op de democratische waarden van de Afrikaanse landen. De Verenigde Staten en Groot-Brittainie dreigden hun ontwikkelingshulp te korten als deze wetten werden aangenomen. De Verenigde Naties en NGOs spraken hun zorgen en angsten uit. Een vraag lijkt centraal te staan: hoe kan het dat Afrikaanse landen homoseksualiteit meer en meer verbieden terwijl andere delen van de wereld het juist legaliseren?

Koloniale verhoudingen
Veel Afrikanen uit de landen in kwestie spreken zich uit tegen deze wetten en zijn het er over eens dat deze wetten gevaarlijke gevolgen kunnen hebben, voornamelijk voor de arme LGBTQ in Afrikaanse landen.Toch valt deze houding van het Westen niet goed bij hen. Het herinnert aan de koloniale verhouding en ideeën over Afrika als een achterlijk, moreel inferieur land dat door het (moreel) superieure Westen gecultiveerd moet worden om tot beschaving te komen. Ook kan het worden gezien als een uiting van ‘homonationalisme’, gebruikt als een politieke strategie. Dit is een term van Jasbir Puar, een Amerikaanse onderzoeker in gender studies, wat beschrijft hoe de mate van tolerantie met betrekking tot homoseksuelen bepaalt hoe democratisch en ‘Westers’ een land is. Landen die dus homo-vriendelijk zijn, zijn per definitie moreel superieur. En dat terwijl de rol van het Westen ten opzichte van homorechten in Afrika dubieus is.

Westerse invloed
Een rapport van Human Rights Watch uit 2008 beschrijft hoe homofobe wetten in Afrika en andere ex-koloniale gebieden zijn terug te voeren op de Victoriaanse wetten van het negentiende-eeuwse Groot-Brittannië. Homofobie kan dus niet worden weggezet als iets ‘Afrikaans’, net zo min als homoseksualiteit kan worden gezien als iets ‘Westers’, iets wat vaak aangehaald wordt Afrikaanse leiders. Daarnaast spelen Westerse organisaties wat recenter ook nog een grote rol in het stimuleren van homofobie in plaats van het te ontmoedigen. Het Amerikaans Christelijk Rechts promoot anti-homo wetten in Afrika en probeert ‘familie waarden’ op de politieke agenda te verankeren. In 2009 bijvoorbeeld, toen de homofobe wetsvoorstellen in Oeganda vorm begonnen te krijgen, richtten het Amerikaanse ‘Centre for Law and Justice’ twee kantoren op in Kenia en Zimbabwe die in de Afrikaanse parlementen gingen lobbyen om de ‘christelijke waarden en standpunten’ in oogschouw te nemen. 

Strijd van binnenuit
Het beeld dat nu bestaat van het progressieve Westen tegenover het achterlijke Afrika is dus te kort door de bocht. Dat betekent niet dat het Westen zich niet zou mogen uitspreken tegen deze draconische maatregelen die wel degelijk schadelijk zijn voor homoseksuelen in bijvoorbeeld Nigeria en Oeganda. In plaats van te dreigen met het korten van hulp wat alleen maar olie op het vuur lijkt te gooien, zou het Westen er goed aan doen hun eigen organisaties die homofobie in Afrika promoten publiekelijk tot de orde te roepen en om acties en initiatieven vanuit Afrika zelf te steunen om zich zo hard te maken voor de rechten van homoseksuelen. Organisaties zoals de ‘Coalitie van Afrikaanse Lesbiennes’, die al jaren in meer dan 19 Afrikaanse landen strijdt tegen homofobie, en ‘Freedom and Roam Uganda’ die specifiek strijdt tegen homofobie in Oeganda, kunnen dan een grotere stem krijgen. Een van die activisten in Afrika is bijvoorbeeld de Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina die verklaarde homoseksueel te zijn. Wainaina is een van de belangrijkste literaire figuren in Afrika en zou zo een boegbeeld kunnen zijn voor homo-rechten bewegingen. Naar aanleiding van zijn coming out heeft hij duizenden berichten ontvangen van Afrikanen die hem steunen. Hij zou een inspiratie kunnen vormen voor een homorechten-beweging die nu in landen als Oeganda en Nigeria nog niet veel invloed heeft. Door steun van het Westen aan deze initiatieven kan er van binnenuit dan direct actie gevoerd worden, wat meer effect zal hebben dan een Europese inmenging van boven- en buitenaf.

Door Merel Berkelmans

Bronnen: BBC, AlJazeera, Human Rights Watch, Daily Maverick, Africa is a Country

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl