Belastingdienst ontwijken met behulp van ‘papieren werkelijkheid’

Om de Belastingdienst te ontwijken, creëren betrokkenen bij doelvennootschappen, trustkantoren en belastingadviseurs een papieren werkelijkheid. Ze voldoen aan de wettelijke vereisten, maar de geest van de wet nemen ze niet in acht. Op deze manier wordt toezicht voor toezichthouders en de fiscus zo lastig mogelijk gemaakt. Dat schrijft de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies in haar verslag dat op 5 juli werd aangeboden aan de Tweede Kamer.

Parlementaire ondervraging naar fiscale constructies

Naar aanleiding van de opvallende rol van Nederland in de openbaringen van de Panama Papers, werd een parlementaire ondervraging Fiscale constructies opgezet. Het doel van deze ondervraging was om meer inzicht te krijgen in het doorsluizen van kapitaal via brievenbusfirma’s gevestigd in Nederland en het wegsluizen van particulier vermogen naar buitenlandse doelvennootschappen via Nederland. De openbare verhoren vonden plaats in de periode van 7 juni tot en met 16 juni 2017. De ondervragingscommissie hoorde, onder leiding van voorzitter Henk Nijboer (PvdA) en ondervoorzitter Tom van der Lee (GroenLinks), 27 personen in 23 verhoren. Wat kwam daar uit?

Sterk verweven sector met beperkt toezicht

Nederland speelt een belangrijke rol bij het ontwerpen en beheren van internationale fiscale constructies. Allerlei partijen, zoals trustkantoren, belastingadviseurs en notarissen, werken hierin samen.  De commissie constateert dat niemand van deze partijen zich verantwoordelijk voelt voor de constructie als geheel. Daar komt bij dat al deze partijen verschillende interne en externe toezichthouders of belangenverenigingen hebben. Eén daarvan is de Belastingdienst. Uit de ondervraging komt naar voren dat een grote mate van juridisering, oftewel papieren werkelijkheid, wordt ingezet om het de Belastingdienst extra moeilijk te maken om constructies te controleren.  Bijvoorbeeld in het geval dat een vermogend persoon in Nederland zijn of haar vermogen naar een land met een gunstig(er) belastingklimaat verplaatst. Deze verplaatsing moet worden opgegeven bij de  belastingaangifte. Dit gebeurt lang niet altijd. Het is dan aan de Belastingdienst om dit op te sporen en voldoende bewijs te verzamelen om aan te tonen dat deze verplaatsing echt heeft plaats gevonden. Pas dan kunnen de gemiste belastinginkomsten alsnog geïnd worden.  Extra capaciteit bij toezichthouders, zoals de Belastingdienst en De Nederlandsche Bank, is essentieel voor betere handhaving.

En een moraal?

Ook constateert de commissie dat er strikt wordt gekeken naar de regels door de belastingadviseurs en trustkantoren. De wetgeving is maatgevend voor de moraal bij het opzetten van constructies. De geest van de wet wordt echter bewust genegeerd. Het is dan ook de wetgever die de grenzen van ongewenste constructies duidelijk moet stellen, aldus de sector tijdens de ondervragingen.

Nu is de Tweede Kamer aan zet

De ondervragingscommissie heeft geen mandaat om met harde conclusies en aanbevelingen te komen. Wel laat de commissie doorschemeren dat de belastingwetgeving op diverse punten moet worden aangescherpt. Bijvoorbeeld in de aanpak van internationale belastingontwijking, een betere informatie-uitwisseling tussen Europese Belastingdiensten en scherper toezicht op trustkantoren. Gezien haar rol als medewetgever ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid voor de Tweede Kamer.

Afbeelding: Martijn Beekman 

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl