Beleidscoherentie in nieuwe definitie voor ontwikkelingssamenwerking

Afgelopen week hield de Tweede Kamer een hoorzitting over de nieuwe ODA-definitie (ODA=Official Development Assistance). Aanleiding was het rapport van het IBO (interdepartementaal beleidsonderzoek) ‘Naar een nieuwe definitie van ontwikkelingssamenwerking’. In de reactie op dit rapport kondigde minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan dat zij zich wil inzetten voor modernisering van de ODA-definitie.

In 1970 hebben de OESO-landen afgesproken om 0,7% van hun BNP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Alles wat onder de ODA-definitie valt, telt mee voor deze norm. Dit jaar heeft Nederland voor het eerst sinds jaren de 0,7% niet gehaald. Komende jaren zal het budget voor ontwikkelingssamenwerking nog verder dalen. Critici denken dat de poging de definitie te moderniseren vooral bedoeld is om er op een andere manier voor te zorgen dat Nederland de norm wel zou halen.

Daarnaast bestaat er twijfel over de ambitie van de minister om verschillende internationale publieke goederen (IPG’s) onder de ODA-definitie te laten vallen. IPG’s zijn zaken als handel, migratie en veiligheid. Volgens de minister kunnen deze IPG’s in grote mate ontwikkelingsrelevant zijn. Door ze onder de ODA-definitie te scharen, zouden ze dan beter bijdragen aan armoedebestrijding. Tegenstanders zijn daarentegen bang dat het hierdoor mogelijk wordt om bijvoorbeeld het hele budget voor defensie als ontwikkelingssamenwerking te kenmerken.

Aan de andere kant is de ODA-definitie al in de jaren ‘70 afgesproken. Ondertussen is er veel veranderd. Eerstejaars opvang voor asielzoekers valt bijvoorbeeld wel onder het ODA-budget, maar garanties en leningen voor ontwikkelingsrelevante investeringen in ontwikkelingslanden niet. Daarnaast zijn er verschillende landen, zoals China en Brazilië, die officieel nog op de lijst staan als ontwikkelingsland.

Eigenaarschap belangrijk

Mirjam van Reisen (Adviesraad Internationale Vraagstukken) pleitte ervoor dat helderheid nodig is. Dit hoeft niet per se door middel van een 0,7% norm, maar het stelsel moet wel ‘handen en voeten’ krijgen, zodat landen elkaar kunnen aanspreken. Daarnaast is eigenaarschap heel belangrijk: "Het huidige stelsel is goed door het gevoel van eigenaarschap. Hierbij hoort echter ook dat je er niet eenzijdig veranderingen in aanbrengt." Van Reisen pleit er voor om niet zozeer de definitie te veranderen, maar om de effectiviteit aan te passen.

Omgekeerde stromen ook in kaart brengen

In de volgende ronde kwamen verschillende NGO’s aan het woord. Zij brachten het belang van beleidscoherentie verschillende keren onder de aandacht. "We moeten ook de omgekeerde stroom in kaart brengen, zoals de leningen waar Nederland op verdient," aldus Koos de Bruijn (Partos). Nic van der Jagt (SPARK) voegde toe dat, "met betrekking tot coherentie mis ik de concretisering van plannen om bijvoorbeeld belastingontwijking via Nederland aan te pakken. Ook hier moeten meetbare doelen gesteld worden."

Daarnaast wezen de sprekers op het belang van ontwikkelingssamenwerking in het algemeen: "Dankzij ODA zijn miljoenen mensen geholpen," vertelde René Grotenhuis (Society International Development NL). Ze zijn het dan ook met de minister eens dat ODA in de klassieke vorm moet blijven bestaan, in ieder geval voor de allerarmsten en de fragiele staten. Voor hulp aan de middeninkomenlanden is het belangrijk dat ODA meer resultaatgericht wordt.

Meten is weten

Als laatste kwamen wetenschappers aan het woord. Deze experts gingen vooral in op de monitoring van het beleid. Rob van Tulder (Erasmus Universiteit Rotterdam)  zegt dat het bij de impact gaat om het netto-effect: "handelsbeperkende maatregelen zijn nog steeds in tact." Ook Paul Engel (ECDPM) vindt meten erg belangrijk. "Hoewel het een enorme inspanning is, is het wel zeer belangrijk voor de effectiviteit van de hulp." Marco Lankhorst (The Hague Institute for Global Justice) benadrukt dat we op het moment niet weten wat de effectiviteit van de Nederlandse hulp is. Ook daarom is meten van zeer groot belang.

Over een kleine maand zullen de Kamerleden met minister Ploumen in debat gaan over het IBO onderzoek en de reactie van het kabinet hierop. Fair Politics vindt het hierbij van belang dat ontwikkelingslanden niet benadeeld worden door een nieuwe definitie. We hopen dat beleidscoherentie een belangrijk onderdeel van het wereldwijde beleid ten opzichte van ontwikkelingslanden wordt. Alleen op deze manier kunnen deze landen echt onafhankelijk van hulp worden. Het heeft namelijk geen zin om met de ene hand ontwikkelingshulp te geven, en met de andere hand meer geld terug te halen uit de ontwikkelingslanden door unfair beleid.

 

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl