Blog biobrandstoffen impactstudie in Tanzania

Tijdens zijn onderzoek naar biobrandstoffen in Tanzania hield FMS-onderzoeker Jasper van Teeffelen een blog bij. Lees hier over zijn ervaringen in Dar es Salaam: van avontuurlijke taxi-ritjes tot een bezoek aan een mislukt biobrandstofproject.

BLOG 5, 5 OKTOBER 2012

Inmiddels terug in Europa kan ik weer volop genieten van uitvindingen als een stoep, de trein en brood. Af en toe dwalen mijn gedachten echter nog weer af naar Tanzania, naar de bajaji, chapatis, en diepgaande gesprekken met taxichauffeurs (Chauffeur: jam. Ik: big traffic jam. Chauffeur: mhmm, much jam.). De laatste dagen in Tanzania waren heftig. Een bezoek aan Kilwa, waar een Nederlands biobrandstoffenbedrijf failliet is gegaan, gaf een hele nieuwe draai aan alle informatie die ik tot dan toe gekregen had.

Na een hobbelige busrit van 6 uur, waar de angstkreten van de kip in een zak onder de stoel naast mij steeds heftiger werden, kwam ik eindelijk aan op mijn bestemming. Om Kilwa Masoko, een slaperig stadje aan de Tanzaniaanse kust, zon 350 kilometer ten zuiden van Dar es Salaam. Na de stoflaag van mijn bril te hebben geveegd ging ik op zoek naar mijn hotel en een dampend bord ugali. De volgende dag  met een vertaler op pad geweest naar Mavuji, waar het bedrijf land heeft verkregen om biobrandstofgewassen te gaan verbouwen.

De mensen die ik er ontmoette spraken hun teleurstelling uit over de introductie van biobrandstoffen in hun gebied. De komst van het bedrijf werd in eerste instantie door de gemeenschap omarmd, enthousiast over de banen en ontwikkeling die het zou brengen. Dit bleek, toen het bedrijf drie jaar later failliet ging, al snel ijdele hoop. Het bedrijf was van de ene op de andere dag verdwenen claimden de mensen, het dorp in verbijstering achtergelaten. Wat er van over bleef zijn een verlaten kantoor, zagerij en ladingen gekapt hout. De gemeenschap mag vandaag de dag nog steeds niet bij het land.

Ik sprak een man die zijn land, waar hij verschillende voedselgewassen verbouwde, heeft moeten verlaten om plaats te maken voor biobrandstoffen. Hij kreeg van de overheid 1 miljoen Tanzaniaanse shilling (zon 500 euro) ter compensatie. Lang niet genoeg om nieuw land te kopen, ook al kon hij voor het biobrandstoffenbedrijf gaan werken. De dorpsleiders uitten hun ongenoegen over de afspraken die gemaakt zijn met de lokale overheid en het bedrijf, die in hun ogen niet zijn nagekomen. Het illustreert de schimmige besluitvormingsprocessen rondom dergelijke grootschalige investeringen, waarbij de mensen in het dorp zich machteloos voelen.

Alle bevindingen in Tanzania kun je lezen in een rapport wat eind dit jaar zal verschijnen. Houd onze website en social media dus in de gaten! Tot die tijd ben je van harte welkom bij het debat over biobrandstoffen dat de FMS samen met ActionAid organiseert op de Afrikadag, 17 november in Amsterdam (o.a. met Essent). Kijk op onze website voor meer info: www.afrikadag.nl. Tot dan!

BLOG 4, 20 SEPTEMBER 2012

Een van mijn favoriete bezigheden hier in Dar es Salaam is het lezen van de lokale kranten. Van voetbaluitslagen tussen clubs met klinkende namen als Young Africans en de Tanzania Prisons tot de discussie over rijzende voedselprijzen en de opening van een steenkolenmijn, ik lees de krant van achter naar voren. Zo viel mijn oog ook op een artikel over de ontdekking van nieuwe gas- en oliereserves hier in Tanzania. Wanneer ik dit tijdens een interview voorleg aan een professor van de Universiteit van Dar es Salaam, moet hij zuchten. Hij is al jaren actief betrokken bij de discussie en beleidsvorming rondom biobrandstoffen in Tanzania. De professor vraagt zich af wat dit nu betekent voor alle goede bedoelingen om een biobrandstofsector in Tanzania op te zetten.

Hij vraagt zich af waarom we onze tanks niet volgooien met wat onder de grond zit en ons land bewaren voor voedselproductie. Sowieso ziet hij maar weinig perspectief voor biobrandstoffen in Tanzania. Er zijn al zo weinig autos in Tanzania, laat staan wagens die op ethanol kunnen rijden. De komende 20 jaar zal Tanzania het toch echt van export moeten hebben, en bovendien, stelt hij, waarom zouden wij onze mensen van hun land gooien om in de Europese vraag naar biobrandstoffen te voorzien?

Vanochtend had ik een afspraak bij een ambtenaar van het Ministerie van Energie. De ministeries in Dar es Salaam zijn een geval apart. Nu zal ons eigen ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag ook niet snel een schoonheidsprijs verdienen, de Tanzaniaanse ministeries kunnen (met alle respect) zeker wedijveren met de Haagse gebouwen wanneer het gaat om inspiratieloze architectuur. Na een gesprek van twee lange uren, kunnen we even over koetjes en kalfjes praten. Hij vraagt me waar ik vandaan kom in Nederland, en glundert wanneer ik Friesland antwoord. De man vertelt me enthousiast hoe hij iedere dag van Franeker naar Harlingen fietste toen hij in Nederland studeerde. Over schaatsen was hij minder te spreken. En zo zit je in Dar es Salaam, zes hoog in een aftands gebouw, in een rommelig kantoor waar de airco overuren draait, te praten over Beerenburg. Gekker moet het niet worden.

BLOG 3, 13 SEPTEMBER 2012

Habari? Mzuri! Terwijl Nederland stijf staat van de spanning gaan we rechtsom of Samsom, krijg ik zowat een hartaanval wanneer mijn dappere bajaj driver besluit de drukste weg van Dar es Salaam dwars over te steken om zo 2 minuten reistijd te besparen. De bajaj (de Tanzaniaanse riksja) heb ik sinds kort in mijn leven mogen verwelkomen als het meest efficiënte en vermakelijke, maar evenzeer hartverzakkende vervoersmiddel in Dar es Salaam. Van het onderhandelen met de jonge chauffeurs, het genoegen s morgens vroeg over de stoep druk toeterend langs het muurvaste verkeer te hobbelen, tot de bewondering voor de manier waarop ze de driewielers tussen, langs, over en onder het verkeer door weten te persen, een ding is zeker: je verveelt je niet.

De Bajaj brengt me snel van kantoor naar kantoor, van ministerie naar ministerie. Vanmorgen was ik bij de Zweedse ambassade. Zij financieren samen met Noorwegen de formatie van het Tanzaniaanse biobrandstoffenbeleid. De eigen energievoorziening in Tanzania staat nog in de kinderschoenen. Door in te zetten op renewable energy kunnen de Tanzanianen wellicht behoed worden van het maken van dezelfde fouten te maken als wij Europeanen.

De crux ligt voor een groot deel bij (gebrek aan) beleid en de steun van de Zweden is dan ook van groot belang. Zoals de NGOs hier mij keer op keer vertellen: toen de Europese biobrandstofinvesteerders naar Tanzania kwamen was er geen enkel beleid, geen raamwerk, geen vorm van regulering. De investeerders kregen geen steun van de regering of andere instituties en het proces van landacquisitie werd bijna geïmproviseerd. Ook als welwillende onderneming moest je het eigenlijk zelf maar uitvinden. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

De compensatie voor het verlies van land is een universeel probleem. Stel, iemand moet op zijn erf een mangoboom kappen vanwege de aanleg van een plantage. De persoon krijgt en compensatie van $1000 en kan elders een nieuwe boom planten. Het duurt echter gauw zeven jaar voordat deze volgroeid is. Compenseert dat geldbedrag het geld dat de verkoop van mangos op had kunnen leveren gedurende die zeven jaar? Het blijft een moeilijke kwestie. Wat is de waarde van land en wanneer is het rechtvaardig om kleine boeren van hun land te zetten om ruimte te maken voor grootschalige private ondernemingen? Wanneer levert een project voldoende ontwikkeling op om dat te verantwoorden? In Tanzania, waar het landbeleid uiterst complex en gevoelig ligt, is dit allemaal bijzonder gecompliceerd. Geen probleem met eenduidige oplossingen, dat staat vast. Je ziet: ik verveel me niet! 

BLOG 2, 6 SEPTEMBER 2012. KILIMO KWANZA (AGRICULTURE FIRST)

De Zuid-Soedanese regionale minister voor Landbouw schudt de conferentiezaal wakker wanneer hij zichzelf met veel gevoel voor humor introduceert: "Most of you have never seen a South-Sudanese person before. Well, this is what they look like". Ik ben bij een regionale conferentie over landbouw, waarbij beleidsmakers van Malawi tot Madagascar bijeen zijn. Het  thema dat centraal staat is 'Ensuring food security for the future of our youth'. Voedselzekerheid staat hoog op de agenda in Tanzania en er worden veel initiatieven besproken om de toekomst van de landbouw te verzekeren.

Tijdens de presentaties dwalen mijn gedachten af. Hoe passen de Europese biobrandstofbedrijven in deze doelstellingen? Wat betekent de Europese biobrandstofhonger voor de kleine boeren hier in Tanzania? Ik ben inmiddels bij allerlei lokale NGO´s geweest, die zich met uiteenlopende onderwerpen als landrechten, milieu en gender bezighouden. Het vinden van de kantoren is vaak nog de grootste uitdaging en ik kijk uit naar de komst van de TomTom in de Tanzaniaanse taxi.

De NGO´s uiten, veelal vrolijk, hun frustratie: de komst van Europese biobrandstof-investeerders in het land is in veel gevallen op een ramp uitgelopen. De risicovolle ondernemingen zijn vandaag de dag failliet en met de noorderzon vertrokken, het land platgekapt, de Tanzanianen verbijsterd achterlatend. Er is een complexe wisselwerking tussen de onderneming, de nationale overheid, lokale politici, chiefs en de dorpsbewoners, waarbij het onmogelijk is één iemand de zwarte piet toe te spelen.

Het is echter niet alleen landjepik wat de klok staat. Er zijn ook ondernemers die op een verantwoorde manier zaken willen doen. De biobrandstoffensector in Tanzania staat echter nog altijd in de kinderschoenen en de toekomst blijft onzeker. Gaandeweg krijg ik een steeds beter beeld van de ontwikkelingen hier. Ondertussen verbetert mijn Swahili met de dag (met mijn rijke vocabulaire van 5 woorden kom ik verrassend ver) en leer ik hoe je op de Tanzaniaanse wijze applaudisseert (je handen samenwrijven en toewerken naar één luide klap). Tot zover Dar es Salaam!

BLOG 1, 1 SEPTEMBER 2012 

Vrijdagnacht aangekomen hier in Dar es Salaam. Ik zit midden in het centrum, wat op zaterdag en zondag een wat saaie maar fijn ontspannen indruk maakt. Islamitische karakter van de stad merk je wel, ik heb nog geen reclamebord van een groot biermerk kunnen bekennen.

De komende 3 weken verblijf ik in Tanzania om gesprekken te voeren met ambtenaren van de Tanzaniaanse regering, lokale NGO's, bedrijven en de Europese vertegenwoordiging. Dit alles om een antwoord te vinden op de vraag: wat is de ontwikkelingsimpact van de Europese stimulering van biobrandstoffen in Tanzania? Via deze blog zal ik jullie op de hoogte houden van mijn bevindingen, activiteiten en ervaringen. Uiteraard houden we je ook up-to-date via Facebook en Twitter!

Zaterdagochtend koop ik mijn krantje in een stalletje op straat. De voorpagina van de The East African, de kwaliteitskrant die nieuws uit de regio behandelt, kopt: Agribusiness investor tried to sell relief grain. AgriSol is een Amerikaanse investeerder die van plan is in Tanzania op meer dan 300.000 hectare land gewassen te verbouwen. De investeerder staat nu in het nieuws omdat het voor $7 miljoen aan belastinggeld Amerikaanse voedselhulp in Tanzania wil verkopen ten bate van haar landbouwproject (dit is niet de eerste en enige controverse rond dit project, zie voor meer info: http://www.youtube.com/watch?v=2s-Q2vZGN9g&feature=relmfu ). Het mag duidelijk zijn dat land en de invloed van buitenlandse investeerders volop in de aandacht staat.

In veel Afrikaanse ontwikkelingslanden zijn de laatste 10 jaar buitenlandse investeerders in opkomst die op grote schaal landbouwprojecten starten. Dit doet verschillende vragen rijzen. Hoe profiteert het land van deze projecten? Wat gebeurt er met de boeren die hun land verliezen, wat betekent de komst van dergelijke landbouwprojecten voor de lokale bevolkingen? Wat doet de regering om deze investeringen in de juiste banen te leiden? Veel van deze projecten richten zich op de verbouwing van gewassen die als biobrandstof gebruikt kunnen worden, zoals suikerriet of jatropha.

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl