Boko Haram: meer dan religie

#BringBackOurGirls, 2000 doden in de Nigeriaanse stad Baga en ‘de westerse opvoeding is een zonde’, doen waarschijnlijk een belletje rinkelen: Boko Haram. Als beweegreden van deze Noord-Nigeriaanse groepering noemen journalisten steevast ‘het willen invoeren van de sharia, de islamitische wetgeving’. Andere motieven komen nauwelijks aan bod, terwijl deze juist cruciaal zijn. Voor wie de huidige conflicten in Nigeria wil begrijpen, is het lezen van onderstaande drijfveren essentieel.

Jama'atu Ahlis Sunna Lidda'awati wal-Jihad, oftewel ‘zij die zijn toegewijd aan de verspreiding van de leer van de profeet en de jihad’, is de officiële benaming voor Boko Haram. Deze groep richt zich op scheidslijnen in Nigeria: de kloof tussen noord en zuid, rijk en arm, en zoals hun naam voorspelt, moslims en niet-moslims.

Kloof I: noord-zuid

In 1900 voegde Groot-Brittannië een aantal autonome Afrikaanse staten samen. Hieruit ontstond Nigeria. Ondanks de opgelegde territoriale eenheid handhaafden de Britse kolonisators verschillende wetten in het noorden en zuiden van Nigeria. De noorderlingen wantrouwden enerzijds de nieuwe regeerders die hunculturen en gebruiken konden ondermijnen en anderzijds de lokale elite die het Britse gezag toestond. Nigerianen uit de zuidelijke regio’s reageerden positief doordat de Britse overheersers infrastructuur en scholen opzetten. De docenten volgden een westers onderwijsmodel. Het merendeel van de zuidelijke bevolking bekeerde zich tot het christendom, de Britse staatsgodsdienst. Groot-Brittannië regeerde tot 1960 in het gehele gebied, al kwam hun beleid in het noorden nauwelijks van de grond. De achterstand die deze regio hierdoor opliep is nu nog altijd zichtbaar.

Het huidige Nigeria is opgedeeld in 36 staten met relatieve autonomie. Het centrale gezag is afwisselend in handen van een moslim uit het noorden en een christen uit het zuiden. In 2011 was het noorden aan de beurt, vier jaar lang zou iemand uit hun midden het land regeren. Toch voerde Goodluck Jonathan, een christen uit het zuiden, campagne en kwam vervolgens als winnaar uit de bus.

Of de verkiezingen eerlijk zijn verlopen is discutabel. Wel is het glashelder dat een noorderling president had moeten worden volgens het, tot dan toe, gerespecteerde Nigeriaanse voorschrift. Jonathan lapte deze regel echter aan zijn laars en dat leidde tot woede en uitbarstingen van geweld onder de bevolking. 'De verhoudingen tussen noord en zuid staan sindsdien weer op scherp', verklaart John Campbell, onderzoeker bij de Council on Foreign Relations.

Kloof II: arm-rijk

In 2013 heeft de Nigeriaanse regering het bruto binnenlands product (BBP) berekend. Dit cijfer geeft de totale waarde weer van alle diensten en goederen die in een land geproduceerd zijn. Nigeria is opgeklommen naar de 26e plaats in de wereld en heeft de grootste economie van Afrika. Het BBP van ruim €370 miljard is een verdubbeling ten opzichte van 1990, het jaar van de laatste berekening.

Toch maakt dit voor de bevolking weinig verschil. 'De ongelijkheid neemt alleen maar toe', sprak Minister van Financiën Ngozi-Okonjo Iwaela na de bekendmaking. Deze ongelijkheid heeft te maken met de oneerlijke verdeling van bronnen. Corruptie is een groot probleem in Nigeria, blijkt uit analyse van Transparency International. Elk jaar onderzoekt deze organisatie de mate van corruptie in 175 landen. In 2014 behaalde Nigeria de 136e plaats, slechts 39 landen scoorden slechter. Ter vergelijking: Nederland eindigde als achtste.

In 2010 is voor het laatst een onderzoek naar armoede uitgevoerd in Nigeria. In 2004 leefde 54.7% van de bevolking in absolute armoede, in 2010 was dit 60.9% van de 178.5 miljoen Nigerianen. In de noordelijke provincies komt armoede vaker voor dan in het zuiden.

Het noorden heeft naast een hoger armoedepercentage ook een grotere groep ongeschoolden dan het zuiden. Voor de Britse overheersing gingen veel kinderen uit het noorden naar koranscholen, genaamd Almajiri. Naast islamitisch onderwijs kregen kinderen hier voedsel en onderdak. Ouders met ontoereikende middelen om hun kinderen op te voeden stuurden hun kroost naar deze stedelijke scholen. Toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd richtte zij het onderwijssysteem in naar westers voorbeeld. Koranscholen kregen geen steun en kunnen sindsdien weinig kinderen opvangen.  De vraag naar deze scholen was echter groot. Om hoeveel ‘Almajiri’ kinderen het gaat is onduidelijk omdat de laatste officiële telling van 2006 dateert. De kinderrechtenorganisatie Unicef telde toen alleen al in de provincie Kano 1.5 miljoen Almajiri. Om in levensbehoeften te voorzien sluit een deel van deze jongeren zich aan bij groepen als Boko Haram, waar zij voedsel en loon krijgen.

De kloof tussen arm en rijk veroorzaakt ongenoegen onder de bevolking. Vanaf de komst van de Britten in 1900 zijn er in het noorden regelmatig opstanden. De drijfveren hierachter zijn gebrek aan economische ontwikkeling en de aanwezigheid van corruptie. In 2002 startte Mohammed Yusuf een groep voor ontevreden burgers, genaamd Boko Haram. De eerste zeven jaar opereerde de groep hoofdzakelijk vreedzaam. In 2009 liep een betoging in de noordelijke provincie Bauchi echter uit de hand. De betogers richtten zich tegen het verplicht dragen van een motorhelm. Het leger trad hard op: achthonderd mensen werden gedood, waaronder de oprichter van Boko Haram. Zijn executie was live op televisie te volgen, tot grote woede van Boko Haram leden.

Kloof III: moslims- niet-moslims

In 2009 is voor het laatst onderzoek gedaan naar religieuze voorkeuren van Nigerianen. Volgens die resultaten is 50.4% van de bevolking moslim, de overige 49.6% christen. In werkelijkheid is deze tweedeling minder evident: Nigeria telt ongeveer vierhonderd etnische groepen met elk hun eigen taal en gebruiken.

Toch wordt in verslaggeving vooral over moslims en christenen gesproken, waarbij een aantal moslims, de leden van Boko Haram, de sharia willen invoeren. Deze uitleg is simplistisch. Zo spreekt de Nigeriaanse schrijver Atane Ofiaja een heilige oorlog tegen doordat 'ook moslims slachtoffer zijn van het geweld en hun leefgebied moeten ontvluchten'. Ook Hussaini Abdu, werkzaam bij ActionAid Nigeria, ziet de kern van het probleem niet als religieus. 'Sociaaleconomische concurrentie voert de boventoon, zoals de toegang tot grondstoffen in het olierijke land', aldus Abdu.

Tot slot 'voelen moslims zich in Nigeria al decennialang tweederangsburgers', zegt journalist Ahmad Salkida. Deze Nigeriaanse verslaggever volgt Boko Haram sinds 2006 op de voet en heeft de kopstukken van deze groep meerdere malen geïnterviewd. 'De moslims wonen vooral in het noorden, waar meer armoede en werkeloosheid heerst en waar minder voorzieningen zijn dan in het zuiden', vervolgt Salkida. In 2011 waren de noorderlingen hoopvol. Een politicus uit hun midden zou de problematiek gedurende vier jaar gaan aanpakken. Deze verwachting werd met de grond gelijk gemaakt toen Goodluck Jonathan op dubieuze wijze president werd.

Door de problemen in de noordelijke regio’s staat de bevolking open voor een nieuw systeem. Boko Haram heeft een alternatief voor ogen en probeert dit met harde hand af te dwingen. De beweegredenen hierachter zijn echter complexer dan in de meeste berichtgeving naar voren komen. 

n.v.d.r. Dit artikel is geen alomvattend antwoord op de vraag wat Boko Haram beweegt, maar is bedoeld om berichtgeving over deze Nigeriaanse groep enigszins te kunnen plaatsen.

Door Laura Ritter

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl