Democratisch feest in Tunesië

Op 22 februari was ik namens het European Forum for Democracy and Solidariteit in Tunesië voor een conferentie van de Progressive Alliance. Op de agenda stonden onder andere de ontwikkelingen in de Arabische wereld. Het was mooi om juist nu in Tunesië te zijn. In januari heeft het land een nieuwe grondwet aangenomen. Deze wordt geprezen als de meest democratische en progressieve grondwet in de hele Arabische regio. De sociaaldemocratische partij Ettakatol is blij en trots. Mede door de inzet van haar parlementariërs en partijleider Mustapha Ben Jafar, die tevens de voorzitter van de Constitutionele Assemblee is, kon deze mooie grondwet tot stand komen.

Alle democratische krachten, maar ook het maatschappelijk middenveld en vakbonden hebben aan deze grondwet meegewerkt. Zonder deze open dialoog was de Assemblee misschien niettot dit resultaat gekomen. De Tunesische vakbond, UGTT, heeft een grote rol in het bemiddelingsproces gespeeld en zo bijgedragen aan het einde van de politieke crisis. De Assemblee bestaande uit islamisten, liberalen en links georiënteerden, was in oktober 2011 gekozen om de nieuwe grondwet te schrijven. “Deze grondwet is bijna unaniem aangenomen met 200 van de 217 stemmen. “De grondwet is een solide platform vanuit waar we verder kunnen bouwen aan onze democratie,” zei Ben Jafar tijdens de opening van de conferentie. “In Tunesië zijn we na de revolutie gegaan van een gesloten klimaat, naar pluralisme en openheid dat belangrijk is om een nieuw systeem te creëren, met grondwettelijke garanties om de rechten van burgers te waarborgen,”  zei hij.

Na de revolutie ging het niet altijd even voorspoedig in Tunesië. Er was onenigheid in de Assemblee over inhoudelijke kwesties in de grondwet, de moord op twee politici deed veel stof opwaaien en de bevolking had er genoeg van dat er twee jaar na dato nog steeds geen grondwet was. Maar nu die er ligt, kan toch echt gezegd worden dat Tunesië als land waar de Arabische Lente zijn oorsprong vindt, voorloper is in de regio op het gebied van democratisering.

Progressieve voorloper
Aangenomen op 26 januari 2014, stelt de grondwet in artikel 21 dat vrouwen en mannen op alle vlakken gelijk zijn. Daarnaast zegt artikel 46: ‘The state commits to protect women’s established rights and works to strengthen and develop these rights’ en ‘guarantees equality of opportunities between women and men to have access to all levels of responsibility and in all domains’. Tenslotte zegt dit artikel: “The state works to attain parity between women and men in elected Assemblies”. Tunesië is één van de weinige landen in de regio die dit grondwettelijk zo heeft opgenomen.

Ook godsdienstvrijheid is vastgelegd in de grondwet. In artikel 6 staat dat de staat godsdienstvrijheid garandeert. ‘Tunesië  is een burgerlijke staat, die is gebaseerd op het burgerschap, de wil van het volk en de suprematie van de wet’, zegt artikel 2. Echter wordt wel in artikel 1 gezegd dat ‘Tunesië een vrij, onafhankelijk en soeverein land is en zijn religie is de Islam’. Dit laatste stond ook zo verwoord in de oude grondwet en voor het behoud van de eenheid in de maatschappij is volgens Ennahda besloten deze zin te behouden. De Sharia, de islamitische wetgeving, wordt niet genoemd in de grondwet. De plaats van Sharia in de samenleving en in de grondwet was aanvankelijk één van de punten waarover veel discussie was zowel binnen de Constitutionele Assemblee, als onder de bevolking. Na veel dialoog is besloten het toch eruit te halen, ook omdat deze kwestie gezien de verschillende religieuze minderheden en seculieren die in Tunesië wonen, zeer gevoelig lag.

Verder worden rechten op verschillende vlakken gegarandeerd. Het recht op burgerschap, het recht om politieke partijen op te richten, vrijheid van beweging, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering. Maar het land is er nog niet. Er moeten nu verkiezingen worden gehouden waarin Tunesiërs gaan stemmen voor een regering die het land de aankomende vijf jaar zal moeten gaan leiden. De kieswet is echter nog in ontwikkeling, dus is er voorlopig nog geen verkiezingsdatum. Wel moeten de verkiezingen nog dit jaar worden gehouden, zo zeiden de Tunesische autoriteiten deze week.

Volgens het hoofd van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie, Chafik Sarsar, “zullen deze verkiezingen, de tweede sinds de revolutie in 2011, moeilijker zijn omdat de standaarden hoger liggen.” Deze commissie was twee maanden eerder gevormd om de verkiezingen te overzien. De commissie heeft enige vertraging opgelopen met de kieswet, maar verwacht wordt dat het parlement begin april zich hierover zal buigen om de kieswet vervolgens goed te keuren. Tot aan de verkiezingen heeft een interim-regering bestaande uit technocraten het voor het zeggen. Na maanden van politieke crisis stemde de grootste islamistische partij Ennahda in januari ermee in om af te treden en plaats te maken voor een tijdelijke overgangsregering bestaande uit technocraten, onder leiding van technocraat Mehdi Jomaa. Deze afspraak hoorde bij de overeenkomst tussen de regering en de seculiere oppositie.

Belangrijke toekomst
De volgende stappen zullen geen makkelijke zijn: eerst de kieswet finaliseren en parlements- en presidentsverkiezingen houden. Ennahdha partijleader Rachid Ghannouchi zei eerder dit jaar dat zijn partij geen presidentskandidaat naar voren zal schuiven. De huidige leider van de Ennahda partij en tevens de voormalige premier van het land, Hamadi Jebali, heeft deze week al zijn aftreden als secretaris generaal aangekondigd. Ennahda partij is nog steeds de grootste in het parlement. Onduidelijk is echter of de partij weer een overweldigende meerderheid zal krijgen in de verkiezingen. Met name vorig jaar was er veel kritiek op de Islamistische regering, mede door de dood van twee prominente politici en de veiligheidssituatie in het land. Volgens Ettakatol zal enig verkiezingssucces afhangen van de veiligheidssituatie in het land. Wie er ook wint en gaat regeren, Tunesië staat voor de grote uitdaging om economische hervormingen door te voeren, groei te stimuleren en banen te creëren. Met name economische hervormingen stonden sinds de revolutie op een laag pitje, wat kwam door de politieke impasse in het land. In februari kondigde de Wereldbank aan dat het Tunesië een bedrag van USD 1.2bn zal uitkeren om het democratiseringsproces te steunen.

Tenslotte is het belangrijk dat de grondwet wordt geïmplementeerd op een manier waarop alle mensenrechten worden beschermd. De autoriteiten, inclusief de rechtbanken, zullen de mensrechten in de grondwet op zo’n manier moeten interpreteren en implementeren die consistent is met de internationale conventies die Tunesië heeft geratificeerd. Dit zal nog een grote uitdaging worden, zegt Amnesty International, aangezien artikel 20 zegt dat ‘internationale overeenkomsten geratificeerd door het parlement een superieure status hebben boven wetten en een inferieure status vis-à-vis de Grondwet.’ Maar er is hoop. Hoop dat Tunesië een vrij en democratische land zal worden. En hoop het een voorbeeld zal zijn voor andere landen in de regio. 

Door Marianna Tsirelson –Project manager Midden-Oosten en Noord Afrika van de FMS

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl