Dutch Good Growth Fund: meer dan alleen 'no harm': 'do good!'

De OS-woordvoerders en minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) kwamen afgelopen woensdag te spreken over de effectiviteit van het Dutch Good Growth Fund (DGGF), een Nederlands fonds dat het midden- en klein bedrijf (MKB) financieel ondersteunt in ontwikkelingslanden. Aan bod kwam onder andere de onlangs gepresenteerde mid-term review van het fonds, waarover een groot deel van de Kamerleden de mate van investeringen in lokaal MKB, toejuichten. 

Toch zette een meerderheid van de OS-woordvoerders vraagtekens bij de effectiviteit van het DGGF-instrument. Wat is de toegevoegde waarde van dit fonds, ten opzichte van alternatieve middelen die bestaan om financiële ondersteuning te bieden in ontwikkelingslanden, vroegen Van Veldhoven (D66) en Van Laar (PvdA) zich af. En verder: in hoeverre is het DGGF ontwikkelingsrelevant en hoe wordt dit gemeten? ‘Eerlijk werk is de sleutel tot ontwikkeling in arme landen. Er moet geïnvesteerd worden in de landen waar dat het hardst nodig is: lage inkomenslanden en fragiele staten’, aldus Van Laar. In haar antwoord benadrukte Ploumen dat het DGGF alleen projecten honoreert die ontwikkelingsrelevant zijn. Tevens zegde zij toe voor de BuHa-OS begrotingsbehandeling met een analyse betreft de toetsing (van onder andere eerlijke arbeidsvoorwaarden) en technische assistentie van het DGGF te komen. 

Het merendeel van de Kamerleden was van mening dat het risicoprofiel, de keuze voor het wel of niet honoreren van een project, versoepeld kan worden. Dit werd geopperd naar aanleiding van het lage aantal projecten dat door het DGGF het afgelopen jaar is geaccepteerd. ‘Anders wordt je risicomijdend, en worden kleine bedrijven – die juist de doelgroep zijn – genegeerd en hun potenties over het hoofd gezien’, aldus Mulder (CDA). De minister erkent dat het een ‘beauty-contest’ is – de mooiste aanvragen worden gehonoreerd –, maar is bereid te kijken naar een versoepeling van de criteria. 

Op de vraag in hoeverre Ploumen het DGGF promoot binnen de Europese Unie (EU), antwoordde de minister dat er al belangstelling is vanuit Europa, en zij zich hier op zal blijven inzetten. Tevens zegde zij toe op korte termijn met een nadere analyse van de achterblijvende belangstelling voor exporteren Nederland MKB te komen.  In deze analyse, gepresenteerd in een Kamerbrief op 23 november, gaat minister Ploumen in op de oorzaken van de achtergebleven vraag naar onderdeel 3 in het DGGF: het exporteren van Nederlands MKB. Bekendheid in de markt, doorverwijzing naar het bankwezen, het aanvullende karakter op de reguliere exportkredietverzekering en risicovolle landen worden in het beleidsstuk genoemd als mogelijke oorzaken. Om deze knelpunten te voorkomen of terug te dringen stelt Ploumen enkele maatregelen voor. Inzet op brede communicatiemogelijkheden, verruimen van financieringsmogelijkheden, en ruimte geven aan het ontwikkelen van de potenties dat het Nederlands MKB biedt, moeten de vraag naar onderdeel 3 van het DGGF vergroten. De minister zegt in de brief toe de ontwikkelingen van bovenstaande maatregelen ‘nauw te volgen’ en eind 2016 de stand van zaken zal worden opgemaakt. 

Fair Politics zal de ontwikkelingen rondom dit derde spoort binnen het DGGF in de gaten houden en in welke mate onderdeel drie van het DGGF positieve impact heeft op de lokale productiviteit en/of werkgelegenheid.

Foto: Ploumen tijdens handelsmissie Noord-Afrika. Bron: flickr.com, 2015. 

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl