Een concreet perspectief is noodzakelijk voor de EU-integratie van de Westelijke Balkan

Photo: The EU Parliament in 2021 (source: Flickr

Het is bijna twintig jaar geleden sinds de EU in juni 2003 bijeenkwam in Thessaloniki, Griekenland, om de integratie van de Westelijke Balkan te bespreken. Hierbij werd de belofte uitgesproken dat Albanië, Bosnië & Herzegovina, Noord-Macedonië, Servië, Montenegro en Kroatië een duidelijk perspectief richting EU-lidmaatschap zouden krijgen. Na twee decennia is alleen Kroatië toegetreden in 2013 – de andere landen zitten nog steeds in de wachtkamer, leidend tot grote frustratie.

De kaarten na de brute Russische invasie in Oekraïne lijken echter opnieuw geschud. De integratie van de Westelijke Balkan staat – net als het aanstaande kandidaat-lidmaatschap van Oekraïne en Moldavië – hoog op de agenda. En dat is maar goed ook, nu de complete stagnatie van het EU-proces de democratische vooruitgang in de regio sterk bedreigt. Een langverwachte EU-Balkan top van vorige week, op 23 juni, heeft nog tot weinig resultaat geleid.

Democratische stagnatie

Al jaren bevindt de democratische vooruitgang in de Westelijke Balkan in een stilstand. Servië is zelfs achteruit gegaan – in 2019 werd het door het gezaghebbende Freedom House gedegradeerd van een ‘vrij’ politiek stelsel naar ‘gedeeltelijk vrij’. De concrete criteria van het EU accessiebeleid zijn lange tijd een houvast geweest voor de regio om democratische vooruitgang aan te vangen. Nu de EU in de afgelopen decennia niet de indruk heeft gegeven het accessieproces te willen versnellen, lijkt er weinig reden voor de politiek in de Balkanlanden om moeizame, soms impopulaire, politieke hervormingen door te voeren. Populistische, autocratische machten in zowel het binnen- als buitenland weten hiervan te profiteren en duwen landen zoals Servië alleen maar verder van het Europese traject.

De EU

Het integreren van de Balkanlanden in de EU is nooit prioriteit geweest in Brussel tijdens de verschillende financiële, migratie-, en coronavirus-crises in het afgelopen decennium. De EU’s vele interne problemen voeren dikwijls de boventoon boven een eenduidig buitenlandbeleid. Het uitbreiden van het blok werd daarom ook lang gezien als een onverstandig idee door terughoudende lidstaten zoals Nederland, Frankrijk en Denemarken, omdat dit ook moeilijk verkoopbaar was in eigen land vanwege zorgen over migratie en ondermijning van de rechtsstaat. Tijdens deze verschillende crises werd de status quo rondom de EU-accessie als goed genoeg bevonden, aangezien de situatie in de regio geen grote bedreiging vormde voor de stabiliteit in Europa. Deze prioriteiten lijken echter nu te veranderen.

Een nieuwe realiteit?

De brute agressie van Rusland in Oekraïne lijkt een ‘wake-up call’ te zijn geweest voor de EU. Haar rol als geopolitiek machtsblok van formaat wordt herzien – zowel als waardengemeenschap als militair-strategisch. Het kandidaat-lidmaatschap van Oekraïne en Moldavië zou tot voor 24 februari ondenkbaar zijn geweest, maar is snel realiteit geworden.

Voor de Westelijke Balkan zijn de zaken nog een stuk onzekerder. Een EU-Balkan top in Brussel op 23 juni leverde matige resultaten, alhoewel Bulgarije plotseling de veto op de EU-accessie van Noord-Macedonië en Albanië ophief. De Bulgaarse regering wil concessies zien van Noord-Macedonië op verschillende culturele en historische kwesties – een Frans plan om dit te bewerkstelligen wordt nu door de verschillende partijen bestudeerd. Servië lijkt nog ver weg van EU-accessie, aangezien de autocratische President Vučić benodigde democratische hervormingen heeft vertraagd of zelfs teruggedraaid. Dit leek ook in Montenegro kort het geval –de pro-Servische regering van Krivokapić viel echter in het voorjaar. Een overgangsregering onder de pro-Europese  Abazović poogt het land nu weer op het Europese traject te brengen richting vervroegde verkiezingen in 2023.

Kosovo en Bosnië & Herzegovina bevinden zich ook in een precaire positie. De landen hebben geen visavrije toegang tot de EU en willen ook graag kandidaat worden. De EU is het er over eens dat deze landen eerste democratische hervormingen aan moeten gaan. Het gebrek aan perspectief in het proces van kandidaat naar lidstaat maakt het echter zeer onaantrekkelijk voor politiek leiders om de benodigde judiciële en grondwettelijke hervormingen aan te gaan in de precaire Bosnische en Kosovaarse context.

Perspectief meer dan nodig

Landen zoals Montenegro, Albanië en Noord-Macedonië hebben laten zien dat zij de EU-criteria kunnen vervullen. De bal ligt nu weer in Brussel. Verschillende leiders zoals de Franse President Macron hebben laten ontvallen dat zij de verschillende kandidaten in een soort ‘waardengemeenschap’ zouden willen onderbrengen. Dit is voor de Westelijke Balkan onvoldoende aangezien sommige landen al sinds 2004 bezig zijn om toe te mogen treden.

Om een volgende stap te zetten in democratische verandering in de regio is een écht EU-perspectief meer dan nodig. De onderhandelingen met vergevorderde landen moeten nu worden doorgezet richting daadwerkelijke EU-accessie. In de huidige geopolitiek onzekere tijden is hierin snelheid geboden. Dit biedt ook kansen – de Europese uitbreiding staat eindelijk weer ferm op de agenda. Het draagvlak voor uitbreiding groeit in verschillende hoofdsteden en concrete stappen zijn daarom cruciaal.

Bronnen: Balkan Insight Politico Carnegie Europe Clingendael

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl