Een verkenning van de grote omloopsnelheid onder Bulgaarse ministers

'Was u ook al eens minister?' Deze vraag dringt zich op als wordt gekeken naar het verloop van de Bulgaarse regeringen na de val van het communisme.  Waar dit land sinds 1990 slechts vier - door het volk gekozen - presidenten heeft gehad, zijn er daar tegenover niet minder dan 13 premiers en circa 200 ministers geweest, van allerlei politieke kleur. In dit stuk een korte verkenning van de recente grote omloopsnelheid onder de Bulgaarse ministers.

In de eerste postcommunistische periode (1990/1997) hebben zes premiers elk slechts één jaar gefunctioneerd. De omloopsnelheid van de gewone ministers was navenant groot.  In de 21e eeuw is de situatie evenwichtiger geworden. Zo hebben inmiddels vier minister-presidenten - merkwaardig genoeg van even zoveel verschillende politieke huize - hun regeerperiode volledig uitgediend. Maar in 2013 legde de zittende premier Borisov - grondlegger van de toen grootste partij Burgers voor Europese Ontwikkeling van Bulgarije (GERB) - na grote burgerprotesten zijn ambt neer. In afwachting van de uitslag van vervroegde verkiezingen is eerst een interim-regering  gevormd. Na de verkiezingen van 12 mei kwam vervolgens zeer snel een nieuwe regering tot stand.

        
Het interim-kabinet                                              
Na de val van de Borisov-regering gaf de president van Bulgarije aan Marin Raykov Nikolov de opdracht om een voorlopige regering te vormen. Raykov is geboren in Washington als zoon van een communist die voor de geheime dienst werkte. Hij slaagde er snel in een ministersploeg te formeren. Geen van de benoemden had een politiek verleden, maar in ongeveer de helft van de gevallen wel ambtelijke ervaring - veelal als employé op een relevant of aanverwant departement.    

Het nieuwe kabinet                                                                              
Na de verkiezingen bleek dat het zeteltal van de voormalige grootste partij  GERB  - fervente tegenstander van de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) - terug viel van 117 naar 97. Daartegenover wist de BSP haar fractie te verdubbelen van 40 naar 84 zetels. De twee overige partijen die de kiesdrempel haalden - zijnde de nationalistische Ataka en de “Turkse” partij Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS) - handhaafden hun posities. 

President Plevneliev - zelf een GERB-politicus en eerder minister - droeg vervolgens winnaar BSP op een regering te gaan vormen.  Die slaagde daarin doordat de Turkse partij DPS tot een coalitie bereid was. Het nieuwe kabinet werd vervolgens gauw van de grond getild doordat de nationalistische partij Ataka tot gedoogsteun bereid was. Als premier werd gekozen voor de 53-jarige Plamen Oresharski, een weinig uitgesproken politicus die eerder minister van Financiën is geweest - maar toen  voor de Unie van Democratische Krachten (SDS) - toentertijd de oudste tegenstander van de socialisten.  

Evaluatie                                                                                                                            
Het is opmerkelijk dat van de thans fungerende ministers en onderministers vrijwel niemand een politiek verleden heeft en bovendien slechts enkelen ambtelijke ervaring op een departement hebben. Het blijft dan ook spannend of en hoe deze regering haar termijn zal uitdienen. Daarbij moet worden bedacht dat de veruit grootste partij GERB (97 van de 240 parlementariërs) met de flamboyante Borisov als leider in de oppositie zit en dat de kritische partij Ataka (23) alleen maar gedoogt. Aldus valt niet anders te concluderen dan dat het een balanceren op een smal koord is.


Door Ton Puister, Bulgarije specialist



Zie onderstaande documenten voor een overzicht van huidige en voormalige Bulgaarse ministers en beleidsmedewerkers:

bulgarian_government_after_the_2013_elections.docx
the_power_of_state_in_bulgary.docx
directory_2013.doc

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl