Egypte drie jaar na de revolutie

Sinds de revolutie van 25 januari 2011 en de val van Hosni Moebarak is er veel gebeurd in Egypte. De Moslimbroederschap kwam na de eerste vrije verkiezingen aan de macht en een nieuwe grondwet werd aangenomen. Vervolgens werden de islamisten en president Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap na ruim een jaar afgezet door het leger, werd er een tijdelijke regering gevormd en weer een nieuwe grondwet aangenomen. Ondertussen zijn er duizenden mensen omgekomen, met name in protesten tussen het leger en aanhangers van de Broederschap. Zij eisen dat de afgezette president Morsi wordt vrijgelaten en veroordelen wat zij noemen de “legercoup”. Ook seculiere activisten demonstreren tegen het harde optreden van het leger en vinden dat “hun revolutie is afgepakt”. De wetten voor protesteren zijn sinds het afzetten van president Morsi flink aangescherpt. In de media wordt veel gesproken over de “terugkeer naar een politiestaat”.

Terug naar een politiestaat?
Op 3 juli 2013 zet het leger, onder leiding van legerchef Al-Sisi, de islamistische president Morsi af na dagen van massale straatprotesten die het opstappen van Morsi eisen. Hierna wordt hij onder huisarrest geplaatst, aangeklaagd en momenteel lopen er vier verschillende rechtszaken tegen hem. Al gauw wordt er onder leiding van het leger een interim-regering aangesteld met als hoofd president Adly Mansour. Sinds dat moment gaan aanhangers van Morsi vrijwel dagelijks de straat op om te protesteren tegen wat ze noemen de “legercoup” en voor de vrijlating van Morsi. Het wordt zeer onrustig in het land en dagelijks komen demonstraten in aanvaring met de politie. In verschillende steden in Egypte en tevens in de Sinai is regelmatig sprake van bomaanslagen. Deze terroristische aanslagen zijn toegenomen na het afzetten van Morsi. De interim-regering geeft de schuld aan de Moslimbroederschap voor de verslechtering van de veiligheidssituatie. Verschillende leiders van de Broederschap worden opgepakt. Een dieptepunt wordt bereikt wanneer op 14 augustus een kamp in Cairo van pro-Morsi aanhangers met veel geweld wordt ontruimd door de politie en waarbij honderden doden vallen. De EU probeert nog te bemiddelen maar volgens de media wil de interim-regering daar niet op ingaan en neemt de beslissing om hardhandig in te grijpen. Hierna kondigt de regering een noodtoestand af, die uiteindelijk pas ongeveer drie maanden later wordt opgeheven. Zowel de EU en de VS nemen maatregelen tegen het optreden van het leger. De EU stopt haar wapenexport naar Egypte en de VS haar jaarlijkse militaire steun. Dat laatste lijkt nu weer teruggedraaid te worden.   

In december, na één va de bloedigste bomaanslagen sinds jaren waarbij 16 mensen om het leven komen, wordt de Moslimbroederschap officieel uitgeroepen tot terroristische beweging. Volgens de regering zijn de islamisten verantwoordelijk voor deze aanslag op een hoofdkwartier van politie en veiligheidsdiensten. Een dag later wordt deze aanslag opgeëist door een militante beweging. In november wordt er een controversiële wet aangenomen waardoor het recht op het organiseren van demonstraties en protesten wordt ingeperkt. Vanuit verschillende hoeken ontstaat er protest tegen deze nieuwe wetgeving. Mensenrechtenorganisaties veroordelen deze nieuwe wet, maar ook seculiere activisten en politieke partijen. Volgens hen is dit een middel om vreedzame protesten tegen te gaan. De regeringis echter van mening dat deze nieuwe wetgeving nodig is om dagelijkse protesten waarvan velen al uit de hand zijn gelopen, in de hand houden. Ondertussen worden drie prominente leden van de 6-april jongerenbeweging, die een belangrijke rol speelde bij de opstand tegen president Moebarak, opgepakt voor het organiseren van vreedzame protesten en het oproepen van mensen om te demonstreren.

Het is moeilijk te voorspellen of er nog een nieuwe wending komt in de politieke situatie. Een ding is wel duidelijk: de Egyptenaren willen stabiliteit en veiligheid. Maar de samenleving is sterk verdeeld, met name tussen een grote groep Moslimbroederschap aanhangers samen met een kleine groep seculiere activisten en de meerderheid van de bevolking die het leger lijkt te steunen. Op 25 januari zijn er weer 49 doden gevallen in Cairo, waaronder ook een lid van de 6-april beweging, in demonstraties die bedoeld waren om drie jaar sinds het uitbreken van de revolutie te vieren. Egyptenaren verdienen de vrijheden waar ze in de 2011 revolutie om vroegen. Maar zoals het er nu uitziet, zijn ze weer terug bij af.

Nieuwe grondwet
Op 15 en 16 januari mochten Egyptenaren in een referendum stemmen voor een nieuwe grondwet. De nieuwe grondwet werd met 98,1% aangenomen, met een opkomst van 38,6%. Sinds de afzetting van de Islamistische president Mohammed Morsi in juli 2013, is een commissie bezig geweest met het herschrijven van de grondwet die onder Morsi werd aangenomen. Deze commissie bestond uit 50 leden, waarvan slechts twee islamisten, maar geen vertegenwoordigers van de Moslimbroederschap. In de aanloop naar het referendum is het onrustig in veel steden. Met name Islamisten boycotten het referendum, maar ook seculiere activisten zoals de 6-april beweging. Zeven leden van de Sterk Egypte partij worden opgepakt voor het propageren van een “nee” stem. Tijdens de eerste stemdag vallen er ten minste acht doden in gevechten tussen aanhangers van Morsi en de politie. Aangezien de regering niks aan het toeval wilde overlaten, voerde het een grootschalige campagne met posters door het hele land, waarin mensen werden opgeroepen om vóór de grondwet te stemmen. Tegenstanders zijn van mening dat de grondwet te veel macht geeft aan het leger.

In de nieuwe grondwet wordt de positie van het leger, de politie en de justitie versterkt. Het berechten van burgers voor militaire rechtbanken blijft mogelijk, net als altijd onder Moebarak het geval was en de begroting van het leger blijft geheim. Het leger krijgt het recht om de Minister van Defensie te benoemen voor twee presidentstermijnen, in totaal is dit acht jaar. Partijen met een religieuze grondslag, zoals de Moslimbroederschap, worden verboden. De Sharia wordt genoemd als inspiratiebron, maar niet als basis voor nieuwe wetten. Verder is de gelijkheid tussen man en vrouw vastgelegd en dat de vrijheid van geloof 'absoluut' is. Volgens Amnesty International is er een sterke “tegenstelling tussen de rechten en vrijheden vastgesteld in de grondwet en de praktijk”. Daarnaast krijgt het leger te veel macht, vinden tegenstanders en schiet Egypte met deze grondwet tekort in het nakomen van de internationale mensenrechtenverplichtingen, zegt Amnesty.

President Mansour heeft inmiddels bekend gemaakt dat er eerst presidentsverkiezingen worden gehouden in april en daarna parlementsverkiezingen. In de “politieke routekaart” die het leger na de afzetting van president Morsi presenteerde, was de volgorde precies omgekeerd. Er wordt gespeculeerd dat dit te maken heeft met de populariteit van generaal en Minister van Defensie Abdel Fattah Al-Sisi. Al maanden wordt gespeculeerd dat hij zich kandidaat zal stellen, wat hij hoogstwaarschijnlijk ook zal doen in de aankomende dagen. Openbaar heeft hij zich nog niet uitgesproken over zijn eventuele kandidatuur. De Opperste Raad der Strijdkrachten (SCAF) heeft Al-Sisi al wel groen licht gegeven om zich kandidaat te stellen. Al-Sisi’s populariteit onder de bevolking is groot en als hij zich eenmaal verkiesbaar heeft gesteld, wordt aangenomen dat hij president wordt. Reële concurrentie is er ook niet. En het is niet aan te nemen dat de Islamisten nog enige kans maken. Door velen in het land worden zij gezien als terroristen. 


Door Marianna Tsirelson - Project manager FMS

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl