Eritrea’s vluchtelingen

Vorige week publiceerde Human Right Watch een rapport over de onmenselijke omstandigheden waar vluchtelingen uit Eritrea zich bevinden. In het afgelopen decennium zijn honderden Eritreërs in kampen in Soedan en Egypte maandenlang gemarteld en verkracht door mensensmokkelaars. Dit gebeurde vaak in samenwerking met de lokale Egyptische en Soedanese autoriteiten. De mensenhandelaren krijgen niet alleen geld voor het smokkelen, maar proberen via de martelingen ook geld los te krijgen van de familie van de vluchtelingen. In plaats van de vluchtelingen via Egypte en Libië naar Europa door te voeren, houden de smokkelaars hen vast in kampen en melden de ontvoeringen bij hun familie. Om ze sneller te laten betalen worden de vluchtelingen soms duidelijk hoorbaar over de telefoon gemarteld. De mensenrechtenorganisatie heeft tientallen slachtoffers geïnterviewd voor haar rapport 'I Wanted to Lie Down and Die'. 

Sommige vluchtelingen kwamen om als gevolg van de martelingen. Human Rights Watch sprak ook met twee mensenhandelaars.  Een van hen zei dat hij in minder dan een jaar tijd 200.000 dollar (bijna 150.000 euro) had verdiend. Volgens een ander rapport dat afgelopen december gepresenteerd werd aan het Europees Parlement waren meer dan 25.000 mensen slachtoffer van de mensenhandel in Sinaï tussen 2009 en 2013. 

Lampedusa
Dit is niet de eerste keer dat Eritrea in een vreselijke context in het nieuws komt. Toen in oktober 2013 een boot met honderden vluchtelingen kapseisde voor de kust van Lampedusa, bleek dat een grote meerderheid bestond uit Eritreërs. Twee derde van de opvarenden verdronk. De ramp veroorzaakte een golf van internationale emotionele verontwaardiging. De Europese Unie kreeg grotendeels de schuld: de strenge grenscontroles en de rem op migratiestromen had deze tragische situatie mede veroorzaakt.

Iedere maand vluchten duizenden Eritreërs het land uit. Het land behoort tot de top tien van landen waaruit vluchtelingen afkomstig zijn. Maar waarom vluchten deze Afrikanen massaal hun land? En wat kunnen Nederland en de EU doen om tragedies als deze te voorkomen?

Een veelbewogen geschiedenis
Eritrea kent een veelbewogen geschiedenis. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het land steeds meer overgenomen door de Italianen. De Britten veroverden in 1941 deze kolonie en trokken drie jaar laten hun troepen terug. De VN onderzocht wat de verschillende volkeren in de ex-kolonie zelf wilden, maar kwam er niet uit. In 1950 werd Eritrea uiteindelijk onder de hoede van Ethiopië geplaatst op aandringen van de Amerikanen die zo hun belangen veilig stelden. Na 10 jaar werd het geannexeerd en de 14e provincie van Ethiopië. Een guerrilla strijd volgde. Tienduizenden doden en gewonden later werd Eritrea in 1993 onafhankelijk, maar de relatie met Ethiopië verbeterde niet. In 1998 brak er weer oorlog uit tussen de twee landen, en na een staakt-het-vuren in 2000 werden VN-troepen ingezet om de grenzen veilig te stellen. Hoewel Ethiopië en Eritrea in 2000 ook officieel vrede sloten te Algiers, is het grensconflict is nog niet opgelost. In 2008 werd de VN-missie beëindigd. In datzelfde jaar ontstond er een grensconflict met buurland Djibouti. In 2009 kreeg Eritrea sancties opgelegd door de VN omdat ze steun hadden verleend aan het Somalische Al-Shabaab en werd het land in 2011 beschuldigd van betrokkenheid bij een aanslag tijdens een vergadering van de Afrikaanse Unie. Beiden zaken worden in Eritrea ontkend. 

Sinds 1993 is voormalig guerrillastrijder Isaias Aferwerki president van Eritrea. Al meer dan twintig jaar regeert hij vanuit zijn partij People’s Front for Democracy and Justice (PFDJ) het land met harde hand. De grondwet van 1997, deels gebaseerd op democratische principes als politiek pluralisme en persvrijheid, is nog steeds niet in werking getreden. Het grensconflict met wordt door de Eritrese autoriteiten nog altijd aangevoerd als reden voorlopig geen verkiezingen te houden. Andere politieke partijen zijn ook niet toegestaan, maar een aantal opereert vanuit buurlanden Ethiopië en Soedan. Op 1 januari 2013 bezetten een groep van meer dan honderd muitende Eritrese soldaten het ministerie van Informatie in de hoofdstad Asmara om de vrijlating te eisen van politieke gevangen. De orde werd snel hersteld; hoe is onbekend.

Reden om te vluchten
Het land wordt dus het Noord-Korea van Afrika genoemd, ook met name door de grootte van het leger ten opzichte van de bevolking en omdat Eritrea een ‘gesloten’ land is: er is weinig internationaal diplomatiek overleg, de media worden hevig gecensureerd, en het staat niet open voor buitenlandse inmenging. Mensen die een politieke bedreiging vormen worden opgepakt en vaak gemarteld tijdens hun arrestatie. In 2001 schreven 15 leden van de regerende partij in een open brief aan president Isaias Afwerki dat hervormingen nodig waren. 11 van de 15 werden gearresteerd samen met 10 journalisten. Er is nog steeds weinig bekend over hoe het met hen gaat. Er wordt geschat dat er tussen de 5.000 en 10.000 politieke gevangen zijn in het land. Daarnaast rapporteerden Human Rights Watch in 2011 dat dwangarbeid, religieuze vervolging, en misbruik van het nationale dienstplicht systeem de orde van de dag zijn. Dit systeem is een van de grootste redenen waarom zoveel jonge mensen het land ontvluchten: het is voor iedereen verplicht om het land te dienen voor onbepaalde tijd en vrouwen mogen tijdens hun dienstplicht ook niet zwanger raken. Als er niet gevochten wordt, moeten ze in de bedrijven van de regerende partij werken tegen een hongerloon.

Respons EU
Om deze uitzichtloze situaties te ontsnappen, proberen vele Eritreërs de overtocht naar Europa te maken. De boten blijken vaak te klein en de hoeveelheid vluchtelingen te groot. De ramp aan de kust van Lampedusa in oktober 2013 is dan ook een van de velen. De Europese Unie stelde in oktober een Task Force om de situatie goed onderzoeken en te verbeteren. Uiteindelijk kwamen ze in december met vijf speerpunten: intensiveren van grenscontroles door meer patrouilles op zee en in de lucht, zuidelijk Europese landen bijstaan met middelen om migranten effectiever en sneller op te nemen, versterken van de strijd tegen smokkelaars en mensenhandelaars, stimuleren van hervestiging van migranten naar noordelijke landen en als laatste het versterken en verbreden van de capaciteiten in buurlanden van de EU om migranten op te nemen en smokkelaars uit te bannen.

Illegale migratie oorzaak grenscontroles?
De hoeveelheid geld die aan iedere speerpunt wordt toegekend is wel uit balans: voor het versterken van de strijd tegen smokkelaars en mensenhandelaars wordt 400.000 euro per jaar uitgetrokken, terwijl aan het intensiveren van de grenscontroles een extra 14 miljoen euro wordt uitgegeven in 2014. Niet alleen zou er meer geld moeten worden besteed aan het verbreden en versterken van de strijd tegen smokkelaars en mensenhandelaars zoals het rapport van Human Rights Watch pijnlijk duidelijk maakt, maar de grenscontroles kunnen ook averechts werken. Dit laatste is wat Hein de Haas redeneert. De Haas is mededirecteur van het Internationaal Migration Institute aan de Universiteit van Oxford en hoogleraar Migratiestudies aan de Universiteit Maastricht. Volgens hem dwingen de grenscontroles de migranten steeds gevaarlijker routes te nemen en worden ze zo steeds meer afhankelijk van mensensmokkelaars. Er moeten juist meer legale immigratiekanalen worden ontwikkeld.

Zoals De Haas aangeeft, zijn sinds 1988 er minstens 19.000 mensen omgekomen - en dit zijn alleen de doden die gevonden zijn. Beleidsmakers zitten vast in een vicieuze cirkel van meer beperkingen die leiden tot meer illegaliteit die leidt tot meer beperkingen. Volgens hem zouden de Europese regeringen de zogeheten Dublin-regeling moeten openbreken. Deze regeling zorgt ervoor dat vluchtelingen alleen asiel kunnen aanvragen in het eerste land van aankomst. Het openbreken van deze regeling kan de mogelijkheid creëren asiel aan te vragen in andere Europese landen. Noord-Europese landen zouden ook een veel groter deel van de vluchtelingen moeten opnemen. Daarnaast moeten Zuid-Europese landen op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken om migranten en vluchtelingen fatsoenlijk op te vangen.

Haas’ lijst van speerpunten is dus drastisch anders dan die van de EU. Beiden benadrukken wel dat er snel actie moet ondernomen worden. Het laatste rapport van Human Rights Watch onderstreept dat nog meer.


Door Merel Berkelmans


Bronnen: Human Rights WatchVolkskrant, Rijksoverheid - Algemeen Ambtsbericht 2011 en 2013, Think Africa Press, Al Jazeera,  Equal Times, Europa Press Release, De Morgen
Foto: Human Rights Watch rapport, cover design door Rafael Jimenez

Zie ook Zembla voor een indringende documentaire over vluchtelingen in Lampedusa.

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl