Is Turkije klaar voor de EU?

De combinatie Turkije en de Europese Unie is een moeilijke en dat is het eigenlijk ook altijd geweest. Waren de Europeanen reeds bang voor het Ottomaanse gevaar dat al in 1529 voor de poorten van Wenen lag en in 1683 de stad zelfs geruime tijd belegerde, ook nu is de verhouding nog steeds niet zoals gehoopt. Het frappante is dat Turkije al in 1952 lid van de NAVO werd, traditioneel gezien als het opstapje naar lidmaatschap van de Europese familie. Erg vreemd was dat lidmaatschap van de NAVO overigens niet: de organisatie wilde Turkije maar wat graag binnen de club halen om zodoende de Sovjetdreiging het hoofd te kunnen bieden. De strategische ligging van Turkije, de historische haat tussen de Turken en Russen, maar ook puur het feit dat er weer een groot land aan ‘onze’ westerse kant kwam te staan, waren voldoende redenen om Turkije zonder al te veel problemen toe te laten tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

Ondanks deze vroege toenadering heeft het echter toch nog tot 1999 geduurd alvorens Turkije kandidaat-lid van de EU mocht worden. Dit had voor een groot deel te maken met het verzet van aartsvijand Griekenland, maar ook met de angst van de Europeanen voor een dergelijk groot Islamitisch land. Als buffer tegen het rode gevaar waren de Turken hartelijk welkom, maar deze loyaliteit heeft in Europa niet geresulteerd in een welkom voor diezelfde Turken. Pas in 2005 begonnen er onderhandelingen en sindsdien wordt Turkije eigenlijk aan het lijntje gehouden. We willen ze niet kwijt, maar ook niet rijk.

Kandidaat-lidstatus
Met de kandidaat-lidstatus was Turkije het zoveelste land binnen een kort tijdsbestek dat deze status kreeg aangemeten. Schuilt hier van de kant van de EU enige onbezonnenheid in? Het leek of de Europese Unie zich tot doel had gesteld om zoveel mogelijk Europese landen voor hun karretje te spannen. De reden hiervan was dat de EU zich (nog steeds?) als het kleine broertje van de Verenigde Staten van Amerika zag en ziet. Het doel zou dan zijn om een machtiger blok te vormen ten opzichte van de VS. Daarbij kon vooral Turkije een welkome aanvulling binnen het Europese familiebestand zijn. Het land heeft met meer dan 70-miljoen inwoners immers een enorm potentieel. Dat er, voordat Turkije zal toetreden tot de EU, nog behoorlijke barrières zullen moeten worden overwonnen, lijkt in die theorie een minder belangrijke kwestie.

Deze houding lijkt echter achterhaald. Toen bleek dat landen als Polen, Roemenië en Bulgarije die dezelfde status hadden als Turkije al de grootste moeite hadden -en nog steeds hebben, nu als volwaardig lid- met de vereisten die de EU stelt, hoe zal het Turkije dan vergaan? Het land is immers kolossaal groot. Met name deze omvang in zowel oppervlakte als inwoneraantal is één van de spelbrekers. Democratiseringsprocessen en andere vereisten die de EU stelt zullen op zeer grote schaal moeten worden toegepast. Dat daarbij het overzicht kan worden kwijtgeraakt is een realistisch scenario. Ook de relaties met de landen van de EU zullen verbeterd moeten worden. Zo heeft Turkije een heus conflict met Frankrijk. Dit land heeft de genocide van de Turken op de Armeniërs erkend. Turkije heeft op zijn beurt de genocide van Frankrijk in Algerije erkend. Frankrijk staat dus niet te popelen om Turkije toe te laten tot de EU.

Bovendien bestaat in Turkije de heersende gedachte dat het land eigenlijk nergens bij hoort, noch bij het oosten als bij het westen. Even leek het erop dat deze overtuiging teniet werd gedaan met het besluit om Turkije de status van kandidaat-lid te geven. Even, want de Europese erkenning van de Armeense genocide, aangericht door de Turken, is niet bevorderlijk voor warme Turkse gevoelens betreft toenadering tot Europa. En dan hebben we het nog niet gehad over de relatie van Turkije met aartsvijand nummer één: Griekenland.

Binnenlandse hervormingen
Praktisch gezien zullen er voor aansluiting bij Europa binnen het Turkse parlement de nodige hervormingen moeten worden doorgevoerd. Dat dit niet zo gemakkelijk zal gaan, komt door de hiërarchische structuur van het Turkse parlement, waarboven de zogenaamde Nationale Veiligheidsraad zetelt. Dit orgaan heeft op papier een adviserende taak op het gebied van veiligheidszaken, maar in de praktijk geeft deze raad bevelen aan het Turkse parlement. Een bijkomende complicatie is dat sinds 1980 de generaals de meerderheid hebben in dit orgaan. Daarnaast heeft het Turkse leger grote aandelen in de grootste bedrijven van Turkije. Aldus hebben de generaals een aanzienlijke bestuurlijke macht in het land. Wil Turkije lid worden van de EU dan zal de generaals de macht moeten worden ontnomen. Of die generaals daar zin in hebben is natuurlijk een tweede. Deze laatste kwestie werd in de afgelopen jaren echter relatief voortvarend aangepakt door conservatieve premier Erdogan van Turkije. Bijkomend nadeel was dan weer dat het schijnbaar willekeurig oppakken en berechten van de militaire top steeds meer op een hetze begon te lijken.

Hiermee raken we meteen aan een ander heikel punt: de Turkse rechtstaat. In tegenstelling tot het wel of niet afschaffen van de doodstraf, waarin de Turken zich welwillend en flexibel opstellen, lijkt het land inzake het probleem Cyprus zeker geen water bij de wijn te willen doen. In dit geval lijken de Turken vastberaden: de vroegere premier Ecevit noemde de deling van Cyprus al eens ‘een tamelijk gezonde structuur’. Bij toetreding van Turkije tot de EU zullen ook hierover duidelijke afspraken moeten worden gemaakt.

Economische problemen
Er zijn eveneens nog aanzienlijke economische problemen die de Turken moeten overwinnen, ondanks de redelijk succesvolle politiek van premier Ecevit en zijn opvolger Erdogan. Zo verloopt de privatisering niet snel genoeg. Dit is te wijten aan het grootste probleem waar de Turkse economie mee te maken heeft: corruptie. Ten slotte herbergt Turkije een belangrijk kenmerk van een derdewereldland in zich, namelijk de ongelijke inkomensverdeling. Deze is de grootste in Europa. Hierdoor doet Turkije soms meer denken aan een derdewereldland, dan aan een westerse staat. Wil Turkije niet afglijden in de richting van deze derdewereldlanden, dan zal het dit probleem rigoureus moeten aanpakken.

Dat Turkije klaar zal zijn voor de EU in de komende jaren is misschien een mooi streven, maar niet erg realistisch, ook gezien bijvoorbeeld de publieke opinie in de rest van Europa. Misschien kunnen we dat laatste aangaande daarom de vraag ook beter andersom stellen: ‘Is de Europese Unie klaar voor Turkije?’


Door Rolf C. van Benthem

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl