Kaapverdië: de slimste van de klas

Het kwam de laatste tijd nogal vaak ter sprake, niet alleen hier in Kaapverdië, maar ook in Nederland: onderwijs is de sleutel tot ontwikkeling. En die vlieger gaat zeker op in Kaapverdië.

Sinds de onafhankelijkheid in 1975, heeft Kaapverdië een grote ontwikkelingsspurt gemaakt, en is er voornamelijk veel geïnvesteerd in de sociale sectoren, zoals het onderwijs en de gezondheidssector. Er is veel gedaan om het onderwijs toegankelijk te maken voor iedereen. En met resultaat, er zijn tegenwoordig bijna 45 middelbare scholen in Kaapverdië en meer dan 95% van de jongeren is geletterd. Ook het hoger onderwijs heeft een grote stap gemaakt: In 2001 opende de eerste universiteit van Kaapverdië Jean Piaget haar deuren en nu is er een ruim aanbod van 9 universiteiten bestaande uit 1 publieke –en 8 privé-universiteiten. Dit betekent dat studenten niet meer per se  naar het buitenland hoeven om een opleiding te volgen en degenen die zich dit voorheen niet konden veroorloven, hebben nu toch toegang tot hoger onderwijs.

In de praktijk is studeren in het buitenland nog steeds erg geliefd, mede omdat de kwaliteit van de opleidingen niet altijd even hoog is. Hoe dan ook, met deze positieve (kwalitatieve) onderwijsresultaten staat Kaapverdië aan de top van sub-Sahara Afrika. En dat is best een prestatie als ik me weer eens realiseer dat Kaapverdië uit 9 eilanden bestaat die allen toegang tot goed basis –en middelbaar onderwijs moeten kunnen bieden, ondanks het aantal inwoners en de economische activiteiten. Vrij kostbaar, aangezien een kwart van de inwoners op Santiago woont, en de overige driekwart over 8 eilanden verspreid is.

De verbinding tussen de eilanden is minstens net zo kostbaar en één van de grootste hedendaagse uitdagingen van Kaapverdië, leer ik van Irina Pais, werkzaam op de Portugese ambassade als attaché voor Samenwerking. Dat heeft grotendeels te maken met het gebrek aan investeringen, maar ook met de geografische positie van Kaapverdië. De heersende winden en stromingen in de regio maken een soepele heen –en weergang tussen de eilanden dikwijls lastig.

Hier in Praia, vergeet ik het soms nog wel eens dat er meer is dan Praia en haar eiland Santiago. Naar ieders zeggen, heeft elk eiland haar eigen bijzonderheden en eigen realiteit. Ik ben helaas niet in de gelegenheid om meerdere eilanden te bezoeken – heb al wel een volgende vakantiebestemming gevonden – maar het verschil in realiteit is eigenlijk vrijwel direct merkbaar als je de hoofdstad Praia verlaat en je terecht komt in een andere wereld, een wereld van een rauw en bergachtig bestaan waar landbouw de hoofdrol speelt. Ik realiseer me dan ook dat het uiterst belangrijk is om deze verschillende realiteiten, als wel de eilandenstructuur, mee te nemen in elke analyse over Kaapverdië, op welk gebied dan ook.

Volgens Marió Moriz, uitvoerend secretaris van het Platvorm voor NGO’s in Kaapverdië, speelt het onderwijs en de mate hiervan, een sleutelrol in de grote mate van ambitie die ik hier tegen kom. Ambitie siert de Kaapverdiaan: bijna iedereen heeft hier wel de droom om naar het buitenland te gaan, te studeren, kennis te vergaren, buitenlandse talen te spreken –kortom: zichzelf te ontplooien en ontwikkelen. Kaapverdianen vergelijken zichzelf dan ook liever met meer ontwikkelde landen dan met buurlanden zoals Guinee-Bissau of Senegal.

Niet alleen op persoonlijk gebied zijn Kaapverdianen ambitieus, maar ook op institutioneel niveau schittert de ambitie. Zo ontwikkelde de Kaapverdiaanse regering de strategie 2030, waarmee de Kaapverdiaanse overheid de stap van de huidige status als Middle Income Country naar de status van een Developed Country in 2030 gerealiseerd wil hebben. Op het gebied van migratie zijn er twee nationale strategieën ontwikkeld: een Nationale Strategie voor Immigratie en een Nationale Strategie voor Emigratie en Ontwikkeling. Deze heb ik met m’n beste Portugees doorgeworsteld (lees: alle officiële documenten zijn hier in het Portugees) en ziet er naar mijn mening goed uit. En ook met het Europees Mobiliteitspartnerschap hebben de Kaapverdiaanse autoriteiten ambitieuze toekomstplannen. Ze willen vrije mobiliteit faciliteren, in de zin van shortterm migration  tussen Kaapverdië en de EU. Dit moet leiden tot nog meer integratie van Kaapverdië in de mondiale economie, en tot de verbetering van integratie van de Kaapverdiaanse gemeenschappen in de EU.

Ik geef toe dat ambitie een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling vormt. Echter, als nuchtere Hollander, heb ik af en toe m’n vraagtekens bij de haalbaarheid van deze ambities. Zo ontbreekt het nog vaak aan daadwerkelijke actieplannen en is communicatie -of liever gezegd het gebrek aan communicatie- een veelvoorkomende stoorzender. Tussen de instituties, maar ook tussen burger en overheid. Iets wat ik als onderzoeker helaas ook vaak aan levende lijve ondervind. Zo ben ik veel tijd kwijt met het in contact komen met sommige stakeholders. Helaas werkt de informele manier van communiceren -ook wel boca a boca genoemd- hier stukken beter dan de formele manier. En voor een buitenstaander zoals ik, is dat soms moeilijk te begrijpen en nog moeilijker om mee te werken. Maar na 3 weken leer ik er wel mijn weg in te vinden…Nog 1 week, en mijn onderzoek zit er weer op. Dan zal ik in het snelle Nederland nog gaan verlangen naar boca a boca!

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl