Kaapverdië: Het buitenbeentje in de regio

Fair Politics onderzoeker Linde Kee van Stokkum doet onderzoek in Kaapverdië. Zij onderzoekt de effecten van het Mobiliteitspartnerschap dat Nederland is aangegaan met Kaapverdië. Vier weken lang dompelt ze zich onder in de wereld van migratie en ontwikkeling. Volg haar hier!

Het was een rustige werkweek in Kaapverdië. En dan specifiek voor de Kaapverdianen, een onderzoeker heeft tenslotte altijd wel iets te doen. Niet alleen in Nederland werd carnaval groots gevierd, maar ook hier werden de kostuums van stal gehaald. En ik keek m’n ogen uit: Braziliaanse taferelen tijdens de grote carnavalsparade in Praia, met ritmische muziek, oneindig dansen en weinig verhullende kleurige kleding.

En dit was nog maar een fractie vergeleken met het ‘echte’ carnavalsspektakel op het eiland São Vicente. Gedurende de geschiedenis bezat São Vicente lange tijd de grootste haven van Kaapverdië. Deze haven faciliteerde een extensieve uitwisseling tussen de Kaapverdianen en Brazilië, en is daarmee de aanleiding voor het feit dat men vandaag de dag nergens in Kaapverdië zo lang, zo uitbundig en zo Braziliaans carnaval viert als op São Vicente.

In de katholieke traditie wordt carnaval gevolgd door Aswoensdag, het begin van de 40 dagen durende Vastentijd. Hier is Aswoensdag een officiële feestdag, en daarmee een dag waarop families bij elkaar komen, gestoomde couscouscake met suikerrietstroop eten, en genieten van het traditionele gerecht Xerém (vergelijkbaar met couscous, maar dan gemaakt van maïs).

Mijn Kaapverdiaanse hostfamilie zou geen echte Kaapverdiaanse familie zijn, als ze me niet zouden uitnodigen voor een familiebezoek in Assomada; de twee na grootste stad van het eiland Santiago, precies in het midden van het eiland gelegen. Een perfecte gelegenheid om de grenzen van Praia eens te verleggen en iets meer van het eiland te zien. Kaapverdië dankt haar naam aan haar groene bergen die de Portugezen bij aankomst aantroffen. Helaas voor mij is deze groene oase beperkt tot de paar maanden dat het hier regent (juli t/m oktober). Al cruisend door het droge, zanderige met stenen bezaaide berglandschap, is het inderdaad moeilijk voor te stellen dat het hier eens per jaar blakend groen is.

Bij het gebrek aan water en bodemschatten, ligt er een belangrijke rijkdom aan kennis en expertise bij de Kaapverdiaanse diaspora overzees. Zoals ik eerder al schreef, wonen er meer Kaapverdianen buiten Kaapverdië dan in Kaapverdië zelf. Na twee weken, blijkt echter hier wel enige nuance nodig te zijn, aangezien deze berekening ook de tweede en derde generatie emigranten meetelt. Deze generaties zijn echter niet allemaal even verbonden met het land van hun (groot) ouders en vallen dan misschien ook niet direct onder de noemer Kaapverdiaan.

Zo vernam ik dat de tweede generatie emigranten in Spanje en Portugal zo goed geïntegreerd is, dat ze beter gedefinieerd kunnen worden als Spanjaarden en Portugezen met Kaapverdiaanse roots.  Hoe dan ook, de Kaapverdiaanse diaspora bestaat, en is -in welke mate dan ook- van zeer groot belang voor de ontwikkeling van Kaapverdië. Sinds een paar jaar probeert de Kaapverdiaanse overheid gericht gebruik te maken van de kennis en expertise van haar diaspora en doet dit o.a. aan de hand van verschillende projecten die specifiek gericht zijn op het mobiliseren van diaspora.

Zo is er het Nederlandse TRQN III-project, gefaciliteerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Den Haag en gefinancierd door ons Ministerie voor Buitenlandse Zaken. Door het tijdelijk uitzenden van goed opgeleide migranten uit Kaapverdië die in Nederland (of andere EU-landen) wonen, tracht het TRQN III-project bij te dragen aan de ontwikkeling van het desbetreffende land.

Angela Gomes is zo’n goed opgeleide Nederlandse Kaapverdiaanse; met haar eigen bedrijf ‘Gomes M&C’ is zij expert op het gebied van digitaal onderwijs. Ze heeft tot op heden drie keer deelgenomen aan het TRQN III-programma en schreef o.a. een curriculum voor digitaal onderwijs (met resultaat: de Minister voor Onderwijs wil dit curriculum opnemen in het Kaapverdiaans onderwijsbeleid) en trainde diverse docenten in het gebruiken van digitale instrumenten in het klaslokaal.

Ik had de eer om haar afsluitingsceremonie bij te mogen wonen, waar ik zowaar vergezeld werd door de Minister voor Gemeenschappen. Het ministerie voor Gemeenschappen en het IOM in Praia zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma in Kaapverdië. Ik, als doodgewone onderzoeker en zelfs de Nederlandse overheid werden genoemd in haar dankwoord. Genoemd worden is natuurlijk altijd leuk, maar nog leuker om te zien was de inzet van Angela, de nog enthousiastere docenten die hun certificaat in ontvangst mochten nemen (zie foto) en de persoonlijke aanwezigheid van de minister. Dit bevestigt het belang van de Kaapverdiaanse diaspora voor Kaapverdië, het bestaan van dergelijke programma’s, en ook de politieke waarde die de link tussen (e)migratie en ontwikkeling hier heeft.

Wat dit ook aantoont is dat Kaapverdië met deze strategie één van de beste jongetjes (of meisjes) uit de regionale klas is. Het land vormt een voorbeeld voor de rest van de West-Afrikaanse regio in het creëren van een link tussen het thuisland en haar diaspora. Iets waar volgens Djabebe Traore (de algemeen directeur van het West-Afrika Instituut in Praia) veel West-Afrikaanse overheden nog nauwelijks tot geen interesse in tonen.

Opgericht in 2010, is het West-Afrika Instituut (WAI) pionier op het gebied van think tanks in Kaapverdië. Met behulp van onderzoek en capaciteitsversterking heeft WAI het doel de regionale integratie in West-Afrika te versterken. In deze context is het WAI een mooi initiatief om van elkaar te leren, constructiever samen te werken en het traditioneel op Europa gerichte Kaapverdië (lees: het buitenbeentje van het Afrikaanse continent) beter te integreren in de regio. Wordt vervolgd!

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl