Kamer wil belastingontwijking aanpakken

Tijdens het AO over internationale fiscale ontwikkelingen, op 16 oktober jl., ging de aandacht vooral uit naar de status van Nederland als belastingparadijs, de geringe invloed van ontwikkelingslanden op belastingverdragen en de race to the bottom wat betreft belastingen.

Nederland als belastingparadijs

Arnold Merkies (SP) hoopt dat het onderzoek naar Nederland dat de Europese Commissie is begonnen, zal leiden tot zelfreflectie bij de Nederlandse overheid. “Nederland staat wel degelijk bekend als belastingparadijs,” aldus Merkies. Een imago als belastingparadijs is volgens hem schadelijk voor het imago van de Nederlandse regering en het Nederlandse bedrijfsleven. Een motie hierover aannemen is zinloos volgens Merkies, er moet daadwerkelijk actie worden ondernomen om dit probleem op te lossen. Daarom vroeg hij staatssecretaris Wiebes om zich hard te maken voor het openbaar maken van “country-by-country”-informatie, zodat multinationals in elk land laten zien hoeveel ze betalen. Ook wilde Markies dat staatssecretaris Wiebes de substance-eisen aanscherpt, omdat hij niet wil “dat bedrijven alleen maar in Nederland zitten om de belasting door te sluizen in plaats van dat ze hier iets doen.”

Helma Neppérus (VVD) en Ed Groot (PvdA) waren ook van mening dat belastingontwijking aangepakt moet worden, omdat dit tot onzekerheid bij burgers en bedrijven leidt. Neppérus benadrukte dat het Nederlandse investeringsklimaat wel aantrekkelijk moest blijven voor bedrijven die echt in Nederland actief zijn.

Geringe invloed ontwikkelingslanden

Via het project BEPS (Base Erosion and Profit Shifting) van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) wordt er gewerkt aan het tot stand komen van een eerlijk internationaal systeem voor belastingheffing. Arnold Merkies vroeg zich af hoe ontwikkelingslanden betrokken zijn bij dit project. Volgens hem is het kwalijk dat ontwikkelingslanden niet een volledig gelijke positie aan de onderhandelingstafel hebben. Merkies kondigde aan dat hij overweegt een VAO aan te vragen op dit onderwerp.

Staatssecretaris Wiebes antwoordde dat ontwikkelingslanden niet een gelijke positie innemen tijdens onderhandelingen over belastingverdragen omdat zij niet op alle niveaus gelijk meedraaien. Volgens Wiebes leveren ontwikkelingslanden op financieel en intellectueel niveau een minder grote inspanning dan grote landen, zij dragen op eigen vermogen bij aan de OESO en hebben hierdoor minder invloed op de onderhandelingen.  

Race to the bottom

Merkies constateerde een “race to the bottom op het gebied van belastingen.” Via ingewikkelde constructies kunnen bedrijven hun kosten drukken en bijvoorbeeld weinig bronheffing betalen in de (ontwikkelings-) landen waar ze gevestigd zijn.

Wiebes maakte duidelijk dat er geen universele race to the bottom plaats vindt, zeker niet op het gebied van grondheffing. Hij vertelde dat het Nederlandse beleid 23 ontwikkelingslanden expliciet meer bronbelasting gunt.

Belastingontwijking en ingewikkelde constructies om zo weinig mogelijk bronheffing te betalen, hebben nadelige gevolgen voor ontwikkelingslanden. Fair Politics beloont Arnold Merkies (SP) met drie punten omdat hij aanhoudend pleit voor een gelijke inspraak voor ontwikkelingslanden wanneer er door de OESO onderhandeld wordt over belastingverdragen.

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl