Modernisering of uitholling ODA?

Afgelopen woensdag werd er in de Kamer gedebatteerd over vernieuwing van de ODA norm. ODA, oftewel Official Development Assistance, is de gangbare norm om de bestedingen van donorlanden aan ontwikkelingssamenwerking te meten en te vergelijken. Het kabinet is van mening dat de ODA definitie van officieel erkende ontwikkelingssamenwerking niet meer aansluit bij de praktijk van ontwikkelingssamenwerking en de behoeftes van ontwikkelingslanden. Hoe een nieuwe definitie eruit komt te zien staat nog ter discussie en het werd woensdag dan ook een felle discussie, waar de Minister overigens maar weinig concreet aan bijdroeg.

De reactie van Ploumen op het rapport ‘Naar een nieuwe definitie van ontwikkelingssamenwerking’ van het IBO (interdepartementaal beleidsonderzoek), kreeg flinke kritiek. “Met hetzelfde geld moet meer gebeuren”, stelde Bram van Ojik (GL). Minister Ploumen werd verder verweten geen echte keuzes gemaakt te hebben.

Verbreding ODA definitie

Het Kabinet stelt in haar beleidsbrief over de ODA voor om de definitie te verbreden, zodat ook niet ‘traditionele’ vormen van ontwikkelingssamenwerking als ODA kunnen gelden. Zo werd er gesproken over een eventuele toevoeging van de 3D benadering aan het ODA budget. Roelof van Laar (PvdA) maakte zich grote zorgen over dergelijke toevoegingen. “Militaire uitgaven kan je geen ontwikkelingshulp noemen”, stelde hij.

Ingrid de Caluwé van de VVD vindt een verbreding van de ODA definitie juist positief, en vind dat er nu te weinig flexibiliteit is voor wat er onder ODA kan vallen. Militaire uitgaven kunnen volgens de Caluwé prima onder ODA vallen. Ook Agnes Mulder (CDA) zei geen moeite te hebben met het scharen van diverse middelen onder ODA zoals de opvang van asielzoekers, klimaatfinanciering, vredesoperaties en schuldenkwijtschelding. Joël Voordewind (CU) reageerde hierop dat het scharen van middelen als vredesoperaties onder ODA, geen geld over zou laten voor armoedebestrijding. “Vredesmissie gaat over miljarden, dan blijft er verder geen geld meer over”, aldus Voordewind. Eric Smaling (SP) liet weten teleurgesteld te zijn in het CDA rondom deze kwestie. “Binnen het CDA moet wat soulsearching plaatsvinden, ze hebben geen duidelijke lijn”.

Verschillende Kamerleden uitten kritiek op hoe ODA de afgelopen jaren uit werd gegeven aan zaken die volgens hen niet bijdroegen aan armoedebestrijding. Sjoerd Sjoerdsma (D66) vroeg de minister of ze het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en het Budget Internationale Veiligheid (BIV) onder ODA wou blijven scharen. Dit hoort volgens hem niet onder ODA, omdat het niet bijdraagt aan armoedebestrijding. Joël Voordewind (CU) uitte zijn zorgen over de eventuele toevoeging van particuliere middelen aan de ODA definitie. “Particuliere middelen worden hopelijk additioneel, anders zou het wel heel snel gaan met het ODA budget”. Van Laar voegde toe: “We moeten arme landen niet volpompen met goedkope leningen, dat is verwatering van de ODA.”

Ploumen gaf aan dat het lastig is om een eenduidig antwoord te geven op wat er nu wel en wat er nu niet bij ODA hoort, en dat dit ook internationaal oproept tot debat, en dat het een kwestie wordt van balanceren.

Beleidscoherentie

Ook over de mate waarin andere beleidsterreinen in lijn zijn met ontwikkelingsdoelstellingen werden vragen gesteld door Van Laar: “Welke mogelijkheden ziet de minister om beleidscoherentie mee te wegen in ODA definitie?”. Hij gaf verder aan dat door resultaten te meten en landen aan te spreken op negatieve effecten van beleid, coherent beleid voor ontwikkeling gemaakt kan worden.”Minister Ploumen gaf te kennen dat beleidscoherentie complexe materie is, maar dat ze het bij de internationale onderhandelingen op tafel zou leggen.

Nieuwe voorstellen

Er kwamen vele voorstellen van de Kamerleden voor een vernieuwing van de ODA definitie. Eric Smaling (SP) stelde voor om met ODA in te zetten op de 3 P’s (people, profit, planet) met als toevoeging peace, daarnaast stelde hij voor dat de VN in plaats van de OESO een leidende rol zou moeten nemen met de coördinatie van ODA. “Het eerste doel moet armoedebestrijding zijn”, voegde hij hieraan toe. Van Laar vroeg zich ook af of de ODA definitie wel bij de OESO moet blijven, en of het niet beter vorm kan worden gegeven door de VN. De Caluwé pleitte voor een verbreding van de definitie, en zou ook graag de bescherming van LGBT rights onder het ODA budget willen zien vallen.

Budget ODA

Ploumen noemde in haar beleidsbrief dat de modernisering van ODA niet tot hogere uitgaven mag leiden. De Caluwé en Martin Bosma (PVV) uitten ondanks dit statement hun zorgen vanwege de verhoging van het ODA budget vanwege een herberekening van het Nederlandse BNP. Bosma sprak over een 600 miljoen extra voor ontwikkelingssamenwerking als gevolg van een herberekening van de Nederlandse economie.

Ook Mulder liet weten niet blij te zijn met het ‘jojobeleid’, waarbij het budget van ontwikkelingssamenwerking schommelt doordat het afhankelijk is van de grootte van onze economie. Van Ojik voegde naar aanleiding van de uitspraak van Ploumen dat de modernisering van ODA niet tot hogere uitgaven mag leiden toe: “Ik wil graag een garantie dat het net zo goed niet tot lagere uitgaven leidt”. Ploumen antwoordde hierop dat het om ‘budget neutrale’ voorstellen gaat.

Uitholling ontwikkelingssamenwerking

Van Ojik sluit af door te zeggen dat er onder het mom van modernisering hele rare dingen kunnen gebeuren. "Modernisering lijkt nu af en toe newspeak voor bezuinigingen." Ingrid de Caluwé wil de criteria zo oprekken dat je er 'geen last meer van hebt'. Van Ojik zei te vrezen voor een verdere uitholling van ontwikkelingssamenwerking door de VVD.

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl