Onderzoek toont gebrek aan aandacht voor ontwikkeling in EU migratiebeleid

Dinsdag 23 juni presenteerde de Foundation Max van der Stoel (FMS) haar nieuwe impactstudie ‘More Mobility for Development!’. Na een presentatie van de resultaten van FMS-onderzoeker Linde-Kee van Stokkum, bogen Kaapverdiaanse migratie-expert, André Corsino Tolentino, directeur van het African Diaspora Policy Centre, Awil Mohamoud, en PvdA Tweede Kamerlid, Roelof van Laar, zich over de vraag hoe migratie kan bijdragen aan ontwikkeling.

Migratie staat momenteel volop in de belangstelling en bovenaan de Europese agenda. Naar aanleiding van de tragiek van vele duizenden omgekomen bootvluchtelingen in de Middellandse Zee, tracht de FMS bij te dragen aan het debat hoe te reageren op irreguliere migratie door mogelijkheden voor reguliere migratie –en mobiliteit te onderzoeken. De FMS deed onderzoek naar het EU Mobiliteitspartnerschap; het meest concrete instrument van het EU extern migratiebeleid. Dit concept werd in 2008 geïntroduceerd door de Europese Commissie in 2008 om reguliere migratie met derde landen te faciliteren en om een betere link tussen het EU migratie –en ontwikkelingsbeleid te creëren.

FMS-onderzoek in Kaapverdië laat zien dat het EU Mobiliteitspartnerschap voornamelijk dient als middel om irreguliere migratie naar de EU te bestrijden. Projecten en verdragen wijzen op een duidelijk focus op het versterken van migratiemanagement en grenscontrole en terugname van migranten zonder geldige verblijfsdocumenten. Verder ontbreekt het aan een financiële structuur voor de uitvoering. Het ontwikkelingsaspect van het Mobiliteitspartnerschap blijft onderbelicht en daarom zijn maatregelen nodig om het Mobiliteitspartnerschap een beter instrument voor ontwikkeling te maken. Naast hervorming van de Partnerschappen door de Europese Commissie, is er ook een rol weggelegd voor de EU-lidstaten, zoals Nederland. Zo is het belangrijk dat EU-lidstaten migratie en de huidige migratiekwestie gezamenlijk aanpakken en de verantwoordelijkheid delen. Migratie is een Europese kwestie en kan niet worden overgelaten aan enkele lidstaten an sich. Hier is een focus op constructieve lange termijn oplossingen essentieel. Lange termijn oplossingen liggen bijvoorbeeld in het verbreden van reguliere migratie –en mobiliteitsmogelijkheden. Hier kan men denken aan het faciliteren van circulaire arbeidsmigratie om enerzijds arbeidsbehoeften op te vullen en anderzijds de positieve impact van migratie op ontwikkeling te exploiteren. Nationale parlementen kunnen een agendabepalende rol spelen door hun bewindslieden te stimuleren migratie en de noodzaak voor lange termijn oplossingen op de agenda van de Europese Raad te zetten. Ook kunnen ze vragen naar de Nederlandse positie ten opzichte van het Mobiliteitspartnerschap en de toekomst van dit instrument. Is dit Partnerschap een instrument om reguliere mobiliteitsmogelijkheden te verbeteren en zo migratie in te zetten voor ontwikkeling?

Migratie inzetten voor ontwikkeling; daar gingen Corsino Tolentino, Awil Mohamoud en Roelof van Laar met elkaar over in gesprek. 

Als emigratieland is migratie een integraal onderdeel van het politiek systeem, het beleid, het dagelijks leven en de ontwikkeling van Kaapverdië. Corsino Tolentino: ‘Remittances are very important for our country, not only financial remittances, but also the transfer of knowledge and ideas’. Zo is de democratische transitie van Kaapverdië grotendeels mogelijk gemaakt door de Kaapverdiaanse diaspora. Awil Mohamoud, directeur van het Africa Diaspora Policy Centre, bevestigt het belang van emigranten in de ontwikkeling van herkomstlanden: ‘Migrants are important development actors and we should appreciate them’. De Nederlandse overheid zou bijvoorbeeld diasporaprogramma’s moeten integreren in al bestaande ontwikkelingsprogramma’s on the ground. Met de kennis uit het nieuwe thuisland en het netwerk in het herkomstland, kunnen diaspora een sleutelrol spelen. Aan die kennis ontbreekt het vaak in herkomstlanden. Zo ook in Kaapverdië, waar een grote behoefte is aan hulp in de ontwikkeling van de private sector. Volgens PvdA Tweede Kamerlid Roelof van Laar is het daarom essentieel om meer te investeren in diaspora. Diaspora hebben vaak een helpende hand nodig om hun initiatieven te realiseren. Het Dutch Good Growth Fund biedt hier een uitkomst. Ook het nieuwe migratie en ontwikkelingsbeleid (in de maak) zou zich meer moeten richten op ‘the opportunities of people who are here and to make them get involved in the development of their home countries’.

Awil Mohamoud merkt op dat migratie en ontwikkeling nu vaak gelijk staat aan migratiemanagement. In lijn met de conclusies van de impactstudie, ligt de focus teveel op migratiemanagement: ‘80% of the Dutch migration development budget goes to migration management and only 20% goes to development’. Volgens hem behandelen we momenteel alleen de symptomen, maar moeten we migratie linken aan ontwikkeling. Ook Corsino Tolentino beaamt de grote focus op migratiemanagement. Dit komt volgens hem omdat we migratie voornamelijk zien als een negatief fenomeen. Daarom is het belangrijk om ons te richten op ‘coherent migration and development policies that could exhilarate the development of countries’.

 Afbeeldingen: Roos Trommelen 

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl