Politieke verbroedering na aanslagen in Libanon en Parijs

Deze maand is de wereld weer opgeschrikt door grootschalige aanslagen op burgerdoelwitten. In Beiroet werden op 12 november twee aanslagen gepleegd, waarbij 43 doden en meer dan 240 gewonden vielen. Aangenomen wordt dat een Hezbollahziekenhuis het oorspronkelijke doelwit was, maar dat dit door de terroristen te gevaarlijk werd bevonden. In Parijs kwamen op 13 november 129 burgers om bij meerdere aanslagen. Beide aanslagen werden al snel opgeëist door Islamitische Staat (IS). Overheden in zowel Europa als het Midden-Oosten worstelen ondertussen al jaren met de vraag hoe IS bestreden moet worden. Tot op heden is er echter wereldwijd sprake van verdeeldheid over de aanpak. Kunnen deze aanslagen daar verandering in brengen?

Aanslagen in Libanon

Het politieke systeem in Libanon staat al jaren onder grote druk. De laatste parlementsverkiezingen vonden plaats in 2009 en het land zit al ruim anderhalf jaar zonder president. In de dagen voor de aanslagen in Beiroet kwam het parlement voor het eerst sinds mei 2014 bijeen. Toch reageerden politici eensgezind op de gebeurtenissen in Beiroet. Politiek leider van Hezbollah Hassan Nasrallah stelde dat met de aanslagen gepoogd is ´druk uit te oefenen om ons terug te trekken uit de strijd in Syrië´. Hij garandeerde echter dat ´de aanslagen een tegengesteld resultaat zullen hebben´. Leiders van verscheidene politieke partijen noemden de aanslagen ongerechtvaardigd en riepen op tot saamhorigheid en daadkracht. Zelfs Saad al-Hariri, leider van de soennitische partij die eerder dit jaar nog stelling nam tegen Hezbollah, veroordeelde de aanslagen.

Ook Europese leiders toonden zich solidair na de aanslagen in Parijs. Voor het eerst in het bestaan van de EU werd er een steunverzoek ingediend, door Frankrijk. In het EU-verdrag staat dat als een lidstaat op zijn grondgebied wordt aangevallen, de overige landen de plicht hebben ‘met alle middelen waarover zij beschikken hulp en bijstand te verlenen’. Enkele dagen geleden bezocht de Britse premier Cameron samen met president Hollande het theater Bataclan, de concertzaal waar 89 mensen stierven. Na het bezoek beloofden de twee leiders samen op te trekken tegen IS. Ook de Amerikaanse president Obama zwoer de strijd tegen IS voor te zetten, en riep burgers op de situatie in Parijs niet te accepteren.

Tijd voor actie 

Leiden deze woorden ook tot daden? In de eerste instantie wel. In Libanon werden enkele dagen na de aanslag minstens negen mensen gearresteerd in een Palestijns vluchtelingenkamp en een flat in Beiroet. Nouhad Machnouk, minister van Binnenlandse Zaken, zei dat ´het hele netwerk van zelfmoordaanslagplegers en sympathisanten binnen 48 uur na de explosies is gearresteerd´ en noemde het een ´buitengewone prestatie´. Ook in Frankrijk werd hard opgetreden: er volgde een heuse klopjacht waarbij 168 huiszoekingen werden gedaan en 23 personen werden gearresteerd. Het brein achter de aanslagen bleek echter een Belg: Abdelhamid Abaaoud, uit de Brusselse wijk Molenbeek. Abaaoud is doorzeeft door politiekogels maar  Europa´s meest gezochte terrorist, Salah Abdeslam, is nog altijd onvindbaar. Op dit moment is het dreigingsniveau in Brussel op het hoogste niveau en ligt het openbare leven in de stad stil.

De vraag is: hoe nu verder? Uit het Kamerdebat in Nederland bleek dat er vooral vragen zijn over de bestrijding van IS, en nog geen concrete oplossingen. Of de aanslagen in Beiroet en Parijs zullen leiden tot betere internationale samenwerking op dit gebied, zal dus moeten blijken. Hopelijk stimuleert het gedeelde leed internationale solidariteit, en komt er zo uit iets vreselijks toch iets goeds voort.

Door Sam Lansink

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl