President Erdogan en de gevolgen van zijn verkiezing voor de rechtsstaat in Turkije

Door Minke van der Sar, PvdA-Buitenlandreporter


Op 10 augustus vonden in Turkije presidentiële verkiezingen plaats. Deze leverden echter weinig verrassends op. Recep Tayyip Erdogan, de premier die zijn derde termijn had uitgediend, zag zijn positie als machtigste politicus van het land bevestigd door reeds in de eerste ronde gekozen te worden tot president. PvdA-Buitenlandreporter Minke van der Sar spreekt met Turkije-expert Sinan Ülgen over deze verkiezingen.

Vlak voor de verkiezingen sprak ik met Sinan Ülgen, expert bij denktank Carnegie Europe. Volgens hem wordt het Turkse politieke landschap gekenmerkt door een steeds grotere kloof tussen de conservatieve islamitische meerderheid en de seculiere/liberale minderheid. Waar voorheen de nadruk lag op etnische verschillen, heeft onder de leiding van de AK-partij een verschuiving plaatsgevonden naar religie als sterke verdeler van de maatschappij.

“Door religie zo sterk te benadrukken, maakt Erdogan het steeds moeilijker voor zijn kiezers om uit te wijken naar andere partijen. Bovendien ontbreekt het aan serieuze concurrentie van andere partijen op centrumrechts.” Dit alles schept echter ook een nadeel. Erdogan wordt namelijk volgens Ülgen ‘gegijzeld’ door zijn eigen regeerstijl. Nu Erdogan dit pad eenmaal is ingeslagen veroorzaakt hij een toenemende frictie en polarisering van de maatschappij. Zo werd het meningsverschil over de positie van vrouwen onlangs geïllustreerd door vice-premier Bülent Arınç, die zei dat “vrouwen in het openbaar niet zouden behoren te lachen” (28 juli).

Op basis van zijn toespraken en eerdere wetswijzigingen is reeds duidelijk dat Erdogan’s bewind Turkije een autoritaire kant opvoert. Hij is openlijk van plan om een sterk presidentieel systeem in te voeren als de AKP bij de parlementsverkiezingen van 2015 de absolute meerderheid behaalt om de grondwetswijziging goed te keuren. De trias politica zou ernstig onder druk komen te staan wanneer Erdogan het laatste woord krijgt over belangrijke benoemingen in de rechtspraak en andere instellingen, zoals universiteiten. Het staat echter niet vast dat de AK-partij deze meerderheid zal behalen nu Erdogan uit de parlementaire sfeer verdwijnt. Ülgen zou veel baat zien in de mogelijkheid van een coalitie die betere ‘checks and balances’ in het Turkse politieke systeem zou opleveren.

Bovendien kan het nog spannend worden wat er binnen de AKP gebeurt. Onlangs is voormalig minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, gekozen tot leider van de AKP en van de campagne voor de parlementsverkiezingen. Zijn positie als kandidaat-premier wordt echter betwist door de vorige president, Abdullah Gül, die eveneens interesse heeft in deze post. Gül bood als president tegenwicht aan Erdogan door sommige van zijn autocratische besluiten te bekritiseren, zoals de Twitterban, en is populair onder het AKP-electoraat. Wie de volgende premier wordt zal veel bepalen: wordt het een getrouwe van Erdogan of een meer onafhankelijke leider die van mening durft te verschillen?

Zoals PvdA-Europarlementariër Kati Piri en ik reeds schreven in Trouw (14 augustus jl.) biedt de verkiezing van Erdogan echter ook een kans aan de EU en Turkije om te laten zien dat de democratisering en rechtsstaat hen beiden menens is. Ülgen is het met ons eens dat de EU de onderhandelingen over justitie en de grondrechten (hoofdstuk 23) en over recht, vrijheid en veiligheid (hoofdstuk 24) moet openen, om zo het democratiseringsdebat te ondersteunen. Op die manier kan bovendien aan Europese leiders zoals Viktor Orban (Hongarije) worden duidelijk gemaakt dat de ‘extreme’ versie van democratie van Erdogan niet aansluit bij de democratische waarden in de EU waar wij voor staan.


Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl