Referendum helpt Poetin

Dit stuk verscheen in Het Parool

Er komt op 6 april 2016 een referendum over de vraag: "Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?"  De vraag naar nut, noodzaak of wenselijkheid van dit referendum is daarmee naar mijn mening een gepasseerd station. Er komt een referendum en dus moet er ook een inhoudelijk debat komen. Een debat over de vraag of de Europese Unie met haar buurlanden, in dit geval met Oekraïne,  samenwerkingsverdragen mag sluiten. Niet meer en niet minder. Ik ben voorstander van dit verdrag, omdat ik het belangrijk vind dat we rond de Europese Unie een ring van bevriende landen hebben en omdat Oekraïne een onafhankelijk land is dat zelf deze keuze heeft gemaakt.

De Europese Unie sluit dit soort verdragen met landen die aan de EU “grenzen”, zoals bijvoorbeeld Marokko, Israël en Moldavië.  Dat is op zich niet zo bijzonder. Met je buren heb je veel gemeenschappelijk en een goed relatie is voor beiden van belang. Daar zit natuurlijk een flink stuk eigenbelang in. We willen economisch samenwerken en we willen graag veilige grenzen. Daar moet je afspraken over maken en dat hebben we in associatieverdragen vastgelegd. De EU stelt daarbij ook andere eisen. Bijvoorbeeld over democratie en rechtstaat. Oekraïne trok bijvoorbeeld begin dit jaar een omstreden anti-homowet in. Deze wet was een kopie van de Russische wet, waar op 8 april 2013 duizenden in Amsterdam tegen demonstreerden, en tot stand gekomen onder het oude pro-Russische regime.  We hopen dat deze landen meer op ons gaan lijken en dat is ook wat ze zeggen te willen. Daarbij is heel expliciet gezegd dat ze geen lid mogen worden van de EU. Het associatieverdrag komt daarvoor in de plaats. Zoals oud-president van de Europese Commissie Romano Prodi in 2002 zei: “het is alles behalve deelname aan de EU instituties.”  Hier is dus geen sprake van een sluipende uitbreiding van de (bevoegdheden) van de EU, zoals tegenstanders wel beweren. Dat vinden Oekraïne, Moldavië en Georgië niet leuk, want die willen wel degelijk lid worden van de EU,  maar de grote meerderheid van EU-landen wil dit zo.

Waarom is dit verdrag dan zo bijzonder? Dat heeft natuurlijk alles te maken met het conflict met Poetin. De pro-Russische regering wilde het verdrag al sluiten in 2013, maar daar stak Poetin een stokje voor. Te elfder ure werd het verdrag toen ingetrokken. Wat volgde was een volksopstand tegen de machthebbers in Kiev. Deze bloedige revolutie hebben we allemaal rechtstreeks kunnen volgen. De pro-EU krachten wonnen en Poetin was daarover zo kwaad dat hij de Krim inpikte en begon te stoken in het Oosten van Oekraïne. Deze oorlog heeft al duizenden mensen het leven gekost, waaronder de slachtoffers van de misdadige aanslag op MH17. Poetin wil dat de landen rond Rusland onder zijn invloed vallen en is bereid daarvoor alle middelen in te zetten. Daarom wil hij bijvoorbeeld een luchtmachtbasis in Wit-Rusland bouwen en viel hij in 2008 Georgië al binnen. Daar moeten we iets tegenover stellen.

Het is dus ook een principiële keuze om Oekraïne te steunen. We helpen de Oekraïners om zelf te kiezen en tegelijkertijd krijgen we een buurland dat we kunnen vertrouwen en waar we mee kunnen samenwerken. Eigen belang en principes gaan hier dus hand in hand. Reden genoeg om straks vol overtuiging voor dit verdrag te stemmen.

 

Arjen Berkvens, directeur Foundation Max van der Stoel

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl