Start proces tegen Rwandese genocide verdachte

Op 4 februari begon in Parijs het eerste proces in Frankrijk over de Rwandese genocide van 1994. Pascal Simbikangwa, voormalig hoofd inlichtingendienst, staat terecht voor oorlogsmisdaden en medeplichtigheid aan genocide en kan tot levenslang worden veroordeeld.

Simbikangwa is in 2008 gearresteerd op Franse grond. Frankrijk weigerde de verdachte uit te zetten en besloot de zaak in de Franse rechtszaal te openen. Simbikangwa’s advocaten willen dat het proces wordt afgeblazen. Naar hun mening wordt Simbikangwa als zondebok neergezet voor alle moorden en zullen de vijftig getuigenissen eenzijdig zijn. Dit in tegenstelling tot de Rwandese Minister van Justitie, Johnston Busingye, die de start van het proces als een goed teken ziet, ondanks het feit dat Rwanda hier twintig jaar op heeft moeten wachten. Het zeven weken durende proces wordt gefilmd en zal na afloop openbaar worden gemaakt.

Genocide: meer dan etniciteit
In de snelste genocide van de twintigste eeuw zijn in honderd dagen meer dan een half miljoen mensen vermoord. Toenmalig president Habyarimana’s vliegtuig werd in 1994 neergeschoten, wat aanleiding gaf tot bloedige gevechten tussen de Hutu, waar de president toe behoorde, en de Tutsis. De spanningen tussen beide partijen waren alle langere tijd zichtbaar. Zo gaf een voormalig president tijdens een VN Algemene Vergadering in 1971 al aan dat er eigenlijk twee naties (Hutu en Tutsis) in één staat leven, waartussen geen interactie en sympathie bestaat.

De genocide wegzetten als een etnische strijd tussen Hutu en Tutsis is echter te simplistisch. Een Human Rights Watch rapport uit 1999 kent de toenmalige Rwandese elite een grote rol toe in het creëren van de omstandigheden die hebben geleid tot de genocide en beschuldigd haar van het bevorderen van haat en angst om de macht te behouden. Deze elite zette de Hutu meerderheid tegen de Tutsi minderheid op om de groeiende politieke oppositie tegen te gaan. Toen deze oppositie groeide, liet de elite de kwestie aangaande de etnische verdeeldheid escaleren, wat uiteindelijk resulteerde in een genocide. Etnische haat was echter niet de enige en zelfs niet de belangrijkste motivatie van de Hutu politieke elite. Ook Richard Robbins, schrijver van het boek Global Problems and the Culture of Capitalism, spreekt van diepere oorzaken. Koloniale geschiedenis en globale economische integratie leidden volgens hem tot de genocide. Etnische scheidslijnen werden door koloniaal beleid door verschillende landen – Duitsland en België – veel meer rigide waardoor etniciteit uitgroeide tot een bepalende factor in de economische en politieke arena’s.

Zo was de scheidslijn tussen Hutu en Tutsi voor de inmenging van Duitsland vrij vloeibaar en had deze veel meer met klasse te maken dan met etniciteit. Werd je welvarender, werd je meer gezien als Tutsi dan Hutu, en andersom. In 1884 kreeg Duitsland invloed in Rwanda en zagen zij de blankere Tutsis, die op Westerlingen lijken, als natuurlijke leiders en de meer gekleurde Hutu als onderdanen. Hierdoor werd de invloed van Tutsis groter, wat zij ook door middel van militaire en politieke acties uitbreidde. België nam koloniale controle over na de nederlaag van Duitsland in WO I. Volgens Robbins zette zij racistische doctrines voort, wat de kloof tussen Hutu en Tutsis vergrootte. Zo werden alle Hutu leiders vervangen, kregen Tutsis verregaande bevoegdheden zoals het innen van belasting en kreeg iedereen een identiteitskaart waarop etniciteit vermeld werd. In 1950 zette Tutsis een campagne op om onafhankelijk te worden, waardoor België meer naar Hutu toe trok en hen belangrijke posities aanbood. Uiteindelijk stond België een staatsgreep door Hutu elites toe, wat tot onafhankelijkheid leidde in 1962.

In 1973 kwam president Habyarimana aan de macht, die nationale eenheid beloofde. In de jaren daarna verslechterde de economie, voornamelijk door dalende koffieprijzen. Koffie was op dat moment (en nog steeds) een van de belangrijkste exportproducten van de Rwandese economie. De economische crisis werd verergerd door de structurele aanpassingsprogramma’s die het IMF aan Rwanda oplegde, waardoor de prijs van voedsel explosief steeg. Dit moment greep de partij Rwanda Patriottisch Front (RPF) aan om de macht te grijpen. Er waren op dat moment twee crises: de instorting van de economie en militaire aanvallen van Tutsis die eerder verbannen waren. De regering kreeg vervolgens meer buitenlandse hulp. Frankrijk wilde invloed in Afrika houden en zag haar kans schoon. Ze zorgde voor wapens en ondersteuning van de Hutu regering. Tegelijkertijd riep de regering op om Tutsis uit te roeien. Ook gematigde Hutu werden aanvankelijk vermoord. Hoewel het voor aanwezige VN diensten duidelijk was dat er op etnische basis werd gemoord, werd het woord ‘genocide’ in eerste instantie niet in de mond genomen door westerse landen in de VN Veiligheidsraad en vooral de direct betrokkenen, Frankrijk, België en de VS. Het karakteriseren van de massamoorden in Rwanda als een genocide zou hen er namelijk toe verplichten in te grijpen, volgens het VN-genocideverdrag. De geschiedenis van de Rwandese genocide heeft dus een complexe geschiedenis die maar al te vaak in het westen wordt gereduceerd tot simplistische narratieven die de rol van westerse landen verhullen en de Rwandezen reduceren tot het stereotiep van de barbaarse, tribale Afrikaan.

Rol Frankrijk
Hoewel deze rechtszaak in Frankrijk plaatsvindt, is er kritiek op de Fransen voor de rol die zij zelf speelden in de genocide. Frankrijk had nauwe banden met de regering van president Habyarimana, wat resulteerde in het helpen van Hutu’s. Zo hielp Frankrijk radicale Hutu’s te vluchten en nam later een aantal van hen in ballingschap op. Voordat de genocide uitbrak was Frankrijk aanwezig in het land, onder andere doordat aanwezige Franse troepen Rwandese (Hutu) troepen trainden. Tijdens de genocide reageerde Frankrijk volgens veel critici te laat en bleef ze te lang de regering steunen. Vervolgens zouden zij na de genocide uitlevering van verdachten hebben vertraagd. Frankrijk is in 2004 ook veroordeeld door het EHRM omdat zij een zaak gerelateerd aan de genocide te langzaam behandelden. Frankrijk zelf ontkent de beschuldigingen.

In 2008 begon een onafhankelijke Rwandese commissie een onderzoek naar de rol van Frankrijk, wat volgens hen een actieve was. Hun rapport luidt dat Frankrijk op de hoogte was van voorbereidingen voor een genocide en actief Hutu militairen trainde. Ook kwam de commissie met 33 namen van Franse militairen die aangeklaagd zouden moeten worden, waaronder voormaling president Mitterrand. Twee jaar na het rapport bezocht een Franse leider, Sarkozy, voor het eerst in 25 jaar Rwanda. Een formele verontschuldiging bleef uit, maar impliciet gaf hij wel aan dat Frans handelen heeft bijgedragen aan de gebeurtenissen van 1994. Sinds 2009 zijn de banden verbetert, waardoor de weg is vrijgemaakt voor Franse onderzoekers om naar Rwanda te gaan en zaken te verzamelen. Dit kan verklaren waarom het eerste proces in Frankrijk pas na twintig jaar plaatsvindt. Doordat het huidige proces en de naar verwachting 27 komende processen veel internationale aandacht krijgen is de kans groot dat Frankrijk binnenkort alsnog met een officiële verklaring komt.

Leslie Haskell, internationale rechtvaardigheid adviseur van Human Rights Watch, ziet het proces in Parijs als een belangrijk moment in de internationale strijd tegen straffeloosheid. Daarnaast heeft Frankrijk de middelen om te zorgen dat ’s werelds ergste misdadigers het recht niet ontlopen, aldus Haskell. Dit klinkt positief voor de 27 verwante zaken die klaarliggen bij de rechtbank in Parijs.

International Criminal Tribunal for Rwanda
De rechtszaak in Frankrijk tegen verdachten van de Rwandese genocide is echter niet de eerste van haar soort. Vanaf 1997 is het International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) bezig met het terechtstellen van verdachten van de genocide. Dit tribunaal is gevestigd in buurland Tanzania en heeft ondertussen 47 zaken afgerond. Frankrijk is één dag geleden met de eerste zaak begonnen, wat voor veel media aandacht zorgde. Opvallend is dat vrijwel geen artikelen over de Franse rechtszaak refereren naar het ICTR, terwijl zij zich al zeventien jaar inzetten voor rechtvaardigheid en voor de nabestaanden van de slachtoffers van de genocide. Aan deze werkwijze kan Frankrijk een voorbeeld nemen.

Door Laura Ritter

Bronnen: The New Times, BBC I, Mail & Guardian, News for Rwanda, Human Rights Watch, Global Issues, StarTribune, BBC II, The Independent, The Vancouver Sun, UN, Africa is a Country
Foto: AFP

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl