Stoppen, en dan?

De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking in de jaren 2010 – 2012 waren te abrupt en hebben diepe sporen achtergelaten. Dat  is de conclusie van het rapport “The gaps left behind” van de interne evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken (IOB).

Achtergrond

In 2010 besloot het kabinet Rutte-I het Nederlandse ontwikkelingsbeleid te herzien. Het kabinet verlegde de focus van hulp naar investeringen, met een zwaarder accent op handelsbevordering. Ook verminderde het kabinet het aantal partnerlanden van 33 naar 15, formeel om de efficiëntie en effectiviteit van de hulp te kunnen vergroten. De Nederlandse inzet in partnerlanden was vanaf nu gebaseerd op vier speerpunten: 1) veiligheid en rechtsorde, 2) voedselzekerheid, 3) water en 4) seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. De steun aan traditionele sectoren zoals onderwijs en gezondheidszorg, verloor prioriteit en werd gestopt. In het budget voor ontwikkelingssamenwerking werd flink gesneden. 

Optelsom van schadelijke effecten

Als Rutte-I helemaal niet had bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking’, geeft de IOB als voorbeeld, ‘dan hadden er nu in Afrika en Zuid-Amerika 30.000 klaslokalen extra kunnen staan en hadden er 12.000 levens gered kunnen worden’. Deze getallen illustreren de negatieve invloed van het stoppen van de Nederlandse hulp op het onderwijs en de gezondheidszorg. Ook andere donorlanden, zoals Zweden en Duitsland, besloten te bezuinigen. De donoren overlegden niet met elkaar, maar werkten langs elkaar heen, zodat er uiteindelijk een optelsom van schadelijke effecten in de voormalige partnerlanden ontstond. Daarnaast ging het stoppen van de hulp vaak te haastig. Tijdens het debat ‘Stoppen, en dan?’ dat Vice Versa en het Humanity House Den Haag begin november 2016 organiseerden, benadrukte IOB-onderzoeker Antonie de Kemp bovendien de grote schade voor maatschappelijke organisaties in de betreffende ex-partnerlanden. Een voorbeeld is de FAFG [1] in Guatemala, een land met een lange geschiedenis van geweld tegen de inheemse bevolking en waar de regering nog steeds slechts beperkt meewerkt aan gerechtigheid voor hen. FAFG identificeerde de dodelijke slachtoffers van het geweld en hielp zo mee aan het herstelproces van de families en de vervolging van de daders. Nederland gaf FAFG financiële steun en bleef ook met de regering in gesprek over mensenrechten. Door het wegvallen van deze steun heeft het werk van FAFG veel aan kracht en reikwijdte verloren.

Vooral in Burkina Faso en Tanzania, twee landen die Nederland goed kende maar die toch van de lijst met partnerlanden geschrapt zijn, zijn de bezuinigingen hard aangekomen.  Zo lichtte Yacouba Dié, werkzaam op het Ministerie van Financiën in Burkina Faso, toe tijdens het debat in het Humanity House.

Kapitaalvernietiging of minder versnippering?

Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, constateert dat de keuzes in 2010 een enorme kapitaalvernietiging veroorzaakt hebben. Ook was het een kortzichtig besluit, want er gaan inmiddels weer stemmen op om in regio’s waar veel vluchtelingen vandaan komen, onderwijsprogramma’s op te zetten.[2]

Volgens minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, had het stopzetten van de hulprelatie met Burkina Faso en Tanzania inderdaad langzamer en meer stapsgewijs moeten gaan. Ook onderschrijft zij de aanbeveling van de IOB om betere afspraken te maken met andere donorlanden. Zij ziet de maatregelen onder Rutte-I echter niet alleen als bezuiniging; het doel was volgens haar om versnippering te verminderen en meer focus in het ontwikkelingsbeleid aan te brengen. Om een totaalbeeld van het effect van de maatregelen te krijgen moet je niet alleen kijken naar de gevolgen van de bezuinigingen in de ex-partnerlanden, maar ook naar de gevolgen in de 15 landen waarmee de hulprelatie gehandhaafd bleef en waar de hulp zich steeds meer richtte op de gekozen vier speerpunten.

Hoe nu verder?

Hoe nu verder? Dat is aan het kabinet en de Kamer. En aan de kiezers die in maart 2017 naar de stembus gaan. Kiezen zij voor een partij die weer 0,7% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking wil besteden? Die een geïntegreerde visie op ontwikkelingssamenwerking heeft en dus ook andere departementen dan Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de gevolgen van hun beleid voor ontwikkelingslanden wijst? Een partij die beseft dat ontwikkelingssamenwerking een proces van lange adem is en dat er dus tijd en geduld nodig zijn om de plantjes te laten groeien? Om bij te dragen aan het maken van een weloverwogen keuze, presenteren wij begin februari 2017 de FairKiezingswijzer; een overzicht waarin we de mate waarin politieke partijen rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden weergeven. Al hebben de bezuinigingen diepe sporen achtergelaten, het is nooit te laat om opnieuw te zaaien en te planten.

Geschreven door: Pauline Tazelaar

[1] Fundación de Antropología Forense de Guatemala

[2] Trouw 6 oktober 2016, p.4, Oxfam Novib: Onderzoek gewenst naar volledige bezuiniging van 2 miljard euro

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl