Symposium “Bestaat een gerechtvaardigde oorlog?”

Op 1 april werd er in Paleis Kneuterdijk een symposium georganiseerd met als onderwerp “Bestaat een gerechtvaardigde oorlog?” Beschouwingen naar aanleiding van de rol van de Nederlandse rechter B.V.A. Röling in het Tokio-tribunaal. De belangstelling was groot en bijna elke stoel in de zaal voor 150 mensen was gevuld.

Het welkomstwoord werd gegeven door dagvoorzitter prof. dr. Michiel Scheltema die een koppeling maakte naar de actualiteit van de vraag naar een gerechtvaardigde oorlog en het Tokyotribunaal.

Daarna volgde een interview door Arjen Berkvens (directeur FMS) met Hugo Röling (auteur “De rechter die geen ontzag had” en zoon van Bert Röling). Hij liet een oud fragment zien van de rechters in het Tokyo tribunaal en gaf daar meer uitleg bij. Volgens Röling had zijn vader “een afwijkende mening en ging tegen de meerderheid van de andere rechters in.” Hij illustreerde verder zijn verhaal door een zestal foto’s van zijn vader te tonen.

Inleidingen door Elies van Sliedregt en Nico Schrijver

Röling heeft een grote bijdrage geleverd aan het strafrecht en het volkerenrecht. Prof. dr. Elies van Sliedrecht hield een inleiding over het strafrecht. Bert Röling was de eerste Nederlandse internationale rechter. Hij was onafhankelijk en had een afwijkende mening. Van Sliedregt stelde dat zij veel steun gevonden heeft in de separate opinion van Röling bij de uitspraak van het Tokio Tribunaal. Volgens Van Sliedregt voelde Röling het als zijn taak om het recht zoals vastgelegd in het Handvest van het Tribunaal te toetsen aan het bestaande volkenrecht en hiermee bij te dragen aan de rechtsontwikkeling. Een terugkerend onderwerp van discussie en een belangrijk punt van kritiek op Neurenberg en Tokio was volgens Van Sliedregt het legaliteitsbeginsel. “Misdrijven tegen de menselijkheid en misdrijven tegen de vrede waren ten tijde van het plegen ervan niet als zodanig strafbaar gesteld; dat schendt het legaliteitsbeginsel dat het achteraf strafbaar stellen van gedrag verbiedt”, aldus Van Sliedregt. Zij stelde dat het Röling’s uitgangspunt, dat het legaliteitsbeginsel in het internationale strafrecht in afgezwakte vorm geldt, ondertussen breed is aanvaard. Toch was Röling geen legalist. De toepassing van het legaliteitsbeginsel in de nationale systemen gold volgens hem niet voor de internationale rechtsorde. Röling had moeite met het meten met twee maten. Japan werd veroordeeld, maar Rusland, als onderdeel van de geallieerden, bijvoorbeeld niet. “Dit raakt aan een vaak onderbelicht aspect van het legaliteitsbeginsel: het verbod een proces in te richten voor één specifiek geval”, aldus Van Sliedregt. Daarnaast wees zij op de bijzondere positie van agressie, verschillende van de andere internationale misdrijven. Van Sliedregt onderstreepte dat het voeren van oorlog volgens Röling een morele maar geen juridische betekenis had: “Agressie is voor de één een agressieve aanvalsoorlog maar voor de ander een humanitaire interventie.” Van Sliedregt eindigde haar inleiding door zich af te vragen of Röling de opnieuw strafbaarstelling van agressie (zoals bij het Internationaal Strafhof) toegejuicht zou hebben.

De volkenrechtelijke invalshoek werd verkondigd door Prof. dr. Nico Schrijver. Hij noemde Röling een pionier, maar ook een dwarsligger. Volgens hem ging Röling met zijn standpunten vaak zijn tijd vooruit en dat dwingt respect af volgens Schrijver.

De pauze die volgde op twee zeer interessante inleidingen werd ingeleid door een prachtig muziekspel van Jet Röling (dochter van Bert Röling) op de piano en Kees Hülsmann op de viool.

 

foto_bijeenkomst.jpg

Paneldiscussie

Na de pauze vond een paneldiscussie plaats met sprekers Mr. Geert Corstens (voormalig president van de Hoge Raad), Rechter Fons Orie (Joegoslavië-tribunaal), Prof. dr. Larissa van den Herik (Internationaal publiekrecht, Universiteit Leiden), Prof. dr. Jaap de Wilde (Internationale Betrekkingen en Veiligheidsstudies, Rijksuniversiteit Groningen) en Prof. dr. Niels Blokker (Internationaal Institutioneel Recht, Universiteit Leiden), voorgezeten door Prof. dr. Nico Schrijver.

Geert Corstens begon zijn betoog door te stellen dat hij net als Röling een dwarsligger is in het gezelschap. Hij was geschokt toen hij in diverse boeken las dat Röling contact onderhield met de regering. Volgens Corstens is deze verhouding van de rechter tot de uitvoerende macht niet correct. “Hij schrijft aan het ministerie ook over het succes van de Nederlandse presentatie van de aanklacht over Nederlands Indië en nodigt kennelijk de leden van de Nederlandse legatie uit in zijn studeerkamer op het hof. Hij meldt dat ook aan het ministerie”, aldus Corstens. Via de Britten wordt bekend dat Röling overweegt een dissenting opinion te geven. De koppeling makende naar de huidige tijd stelde Corstens dat het tegenwoordig ondenkbaar is dat een rechter en de uitvoerende macht zo hecht zijn. Volgens hem rijst de vraag of dit verklaard kan worden doordat het 70 jaar geleden is of doordat het bij internationale tribunalen anders ligt. Het eerste sluit Corstens uit, maar het is wel mogelijk dat bij internationale arbitrages de partijarbiters met de regering van het land waarvoor ze optreden contact onderhouden. Ook al vindt hij dit verkeerd. Volgens Corstens gaat ook in deze zin ‘loyalty to my government’, zoals gesteld door Röling, niet op.

Rechter Fons Orie riep de vraag op in hoeverre het gerecht bevoegd is te oordelen over wat zijn schepper heeft vastgelegd in het statuut. Hij gaf hierbij de voorbeelden van het Joegoslavië-tribunaal waarbij aanvankelijk delictsomschrijvingen ontbraken, terwijl bij het Internationaal Strafhof de elementen van misdrijven inmiddels zijn vastgelegd. Orie stelde dat er de behoefte is aan consolidatie van de in een aantal opzichten nog uiteenlopende omschrijvingen van de grondslagen van strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Jaap de Wilde voegde als professor in de Internationale Betrekkingen een andere invalshoek toe aan de discussie. Hij stelde dat de wereldsamenleving gedomineerd wordt door machtsverhoudingen waarin geweldgebruik en de dreiging daarmee normaal is. Kort gezegd: geweld hoort erbij. De Wilde beargumenteerde dat het hierbij vooral gaat om het proportionaliteitsprincipe: wat men een ander aan doet, mag niet excessief verschillen van wat onszelf is aangedaan. Volgens hem hoort geweld er dus bij en kunnen we hooguit bepaalde vormen er van uitbannen of aan banden proberen te leggen. Hij wees hierbij erop dat oorlogsgeweld, hoe verdedigend ook, moeilijk te rechtvaardigen is. “Het geweld zelf is nooit rechtvaardig, maar wel te rechtvaardigen”, aldus De Wilde. Daarom is de titel van dit symposium ook zo goed gekozen: bestaat de ge-rechtvaardigde oorlog?

Volgens De Wilde is de gerechtvaardigde oorlog een spiegel van de macht en zijn de tribunalen van Tokio en Neurenberg vormen van overwinnaarsrecht. Volgens hem is dit overwinnaarsrecht een voortzetting van de politiek met gebruik van andere middelen en is onze machtenscheiding, de trias politica, in werkelijkheid verbonden. De Wilde beargumenteerde dat de rechtsmacht onderdeel is van het politieke bestel en daarmee een vorm van politiek is: “De bestuurskundige scheiding der machten is geen reële scheiding tussen verschillende machten. Zij is een discursieve scheiding binnen eenzelfde machtsorde.”

Toch kunnen we optimistisch zijn. De Wilde stelde dat het internationaal strafrecht in een volgende fase zit: machthebbers worden getemd in dienst van de machtsorde. Ook al is het nog steeds moeilijker om ongestraft één moord te plegen dan massamoord, maar de tijd dat massamoordenaars een ereplaats in de geschiedenisboeken kregen is voorbij. “Oorlogsbazen blijken criminelen die misdaden tegen de menselijkheid plegen. Geen politiek doel kan dat vergoelijken”, aldus De Wilde. Terugkomend bij het Strafhof. Volgens De Wilde is het Internationaal Strafhof een moedige poging om het overwinnaarsrecht om te zetten in een egalitaire mondiale rechtsorde. Daarbij is de rol van de aangesloten staten cruciaal.

Niels Blokker stelde aan het begin van zijn betoog de vraag of er een misdrijf ‘agressie’ is in het internationaal recht. Volgens hem was er bij de tribunalen van Neurenberg en Tokio hierop het antwoord ‘ja’ en was Röling van mening dat dit niet zo was. Blokker vertelde dat Röling dit onderwerp nooit los heeft kunnen laten en in zijn oratie 1950 zelfs verder ging dan in Tokio: niet alleen bestaat zo’n regel niet, maar zij kan er ook niet zijn in de bestaande internationale orde. Verder wees Blokker erop dat deze vraag nog erg relevant is en ook bij de oprichting van het Internationaal Strafhof, en bij de herzieningsconferentie van Kampala in 2010, uitvoerig besproken is. Afgesproken is dat het Hof effectieve rechtsmacht krijgt als 30 staten die partij zijn ratificeren (tot nu toe staat de teller op 28). Volgens Blokker zou het mooi zijn als Nederland zich nog bij de eerste 30 kan aansluiten met de ratificatie. Deze ligt op dit moment nog bij de Eerste Kamer.

Na afloop kon er nog onder het genot van een borrel worden nagepraat en was het al met al een zeer geslaagde middag.

De bijdragen van een aantal sprekers kunt u hieronder vinden. 

Inleiding door Elies van Sliedregt

Bijdrage Geert Corstens paneldiscussie

Bijdrage Jaap de Wilde paneldiscussie

Bijdrage Niels Blokker paneldiscussie

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl