Tunesische democratisering niet voltooid met houden van lokale verkiezingen

Twee maanden nadat Chafik Sarsar, het hoofd van de onafhankelijke verkiezingsautoriteit Instance Supérieure Indépendante pour les Élections (ISIE) 17 december 2017 als datum aankondigde voor lokale verkiezingen, zegde hij zijn mandaat op. Hij zei zijn ambt niet meer naar eer en geweten te kunnen uitvoeren, en dat hij onpartijdige en transparante verkiezingen niet kan garanderen. Tegelijkertijd zijn ook de vicepresident en een algemeen lid van ISIE vertrokken. Hun vertrek zegt veel over de fragiele situatie in Tunesië. Anders dan de aangekondigde verkiezingsdatum van 17 december doet vermoeden, die verwijst naar het begin van de Jasmijnrevolutie op 17 december 2010 met de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi, is het democratiseringsproces voor Tunesië nog lang niet voltooid.

Opnieuw uitstel in het democratisch proces

De eerste lokale verkiezingen sinds de revolutie zouden in maart 2017 gehouden worden, na jaren van uitstel. Toch werd er opnieuw afgezien van de geplande datum door verdeeldheid over het kiesstelsel en werd er voor 17 december gekozen. Er bestaat grote kans dat ook deze verkiezingen worden uitgesteld, ondanks herhaaldelijk positief bericht vanuit de ISIE. Het vervangen van de drie leden van ISIE kost namelijk veel tijd omdat er heel specifieke vereisten zijn. Verschillende maatschappelijke actoren, waaronder de verkiezingswaarnemers van het Mourakiboun-netwerk, hebben aangegeven dat het daarom technisch niet mogelijk is om de verkiezingen door te laten gaan. Ook zonder deze laatste tegenslag is het moeilijk deze datum te halen omdat de regering op recordtempo het indelen van de kiesdistricten had moeten voltooien, de juridische structuren had moeten goedkeuren en het huidige systeem moeten verwijderen.

Als braafste jongetje in de democratiseringsklas leek Tunesië het na de revolutie goed te doen, en werd veel geprezen voor de geboekte vooruitgang. In samenspraak met een onafhankelijke commissie van politieke partijen en maatschappelijke actoren werd een zeer liberale grondwet samengesteld, waarna echte presidentsverkiezingen werden gehouden. Toen er na politieke onrust gekozen werd voor een regering van nationale eenheid, met een coalitie tussen de anti-Islamitische seculiere partij Nidaa Tounes en de eerder verboden islamitische beweging Ennahda, leek het plaatje compleet.

Eenheid en verzoening alleen voor de elite

De nationale eenheid zorgt echter voor politieke verlamming, waarbij de politiek steeds verder verwijderd raakt van de bevolking en het enkel een vehikel is voor machtsverdeling van de elite. De groeiende socio-economische problemen worden niet opgelost, en de drie speerpunten van de regering (politieke consensus, strijd tegen terrorisme, en verzoening) zorgen niet voor stabiliteit. Door discussie met wat radicalere partijen te vermijden zorgt de politiek voor een schijn-consensus, maar de verdeeldheid onder de bevolking blijft. Dat zag men al in de verkiezingen van 2014, toen het seculiere noorden de kandidaat van Nidaa Tounes steunde, en het rurale zuiden vooral voor de kandidaat van Ennahda stemde. In de strijd tegen terrorisme lijken rechten er steeds minder toe te doen. Vanaf eind 2015 is de noodtoestand in Tunesië van kracht.  In 2017 zien we dat de bevolking zich vooral opwindt over de initiatieven die verzoening tot stand moet brengen. Een nieuwe wet over corruptie, waarbij leden van het oude regime hun schulden terug kunnen betalen zonder daarvoor berecht te worden, heeft geleid tot de campagne Manich Msamah (Ik vergeef niet). De tegenstelling tussen aan de ene kant de vergevingsgezindheid van de regering tegenover de oude corrupte elite, en aan de andere kant het onvermogen om de druk op de bevolking te verlagen, brengt een vernieuwde vraag naar ‘dignity’ en ‘social justice’ voor de demonstranten. Verzoening en eenheid zijn dus ver te zoeken.

Hoge verwachtingen voor 17 december

De symbolische datum geeft aan dat velen hun hoop  hebben gevestigd op deze lokale verkiezingen, voor een vernieuwde impuls in Tunesië. Ze moeten snel gehouden worden, voordat Tunesische burgers hun vertrouwen in de politiek en de democratie helemaal verliezen. Doordat de verkiezingen zo vaak werden uitgesteld, en er zo weinig van het staatsbudget voor het lokale niveau beschikbaar was, werd het onmogelijk voor de lokale autoriteiten om goed te functioneren. Er zijn grote problemen met de infrastructuur, en diensten zoals het ophalen van afval laten vaak te wensen over. Helaas zijn veel van de problemen op lokaal niveau een afspiegeling van problemen op nationaal niveau.

Apolitiek zorgt voor stagnatie en verdere verdeeldheid

Het huidige systeem houdt in dat de lokale gebieden sinds 2014 worden geleid door ‘neutrale’ technocratische delegaties, die net zomin politieke tegenstellingen verkleinen als de nationale regering, en bovendien een verminderde legitimiteit en geloofwaardigheid genieten. De delegaties zijn niet democratisch verkozen, en daarom actief bestreden in hun positie door invloedrijke maatschappelijke organisaties. Voor de delegaties is het  daarom moeilijk om politieke beslissingen te maken, waardoor de traditioneel sterke maatschappelijke organisaties hun positie weer kunnen versterken. Opvallend hierbij is dat Ennahda ook niet de confrontatie aangaat, aangezien de partij juist gesteund wordt in de rurale gebieden en veel zou kunnen winnen in politieke verkiezingen. De meeste traditioneel sterke maatschappelijke organisaties zijn namelijk seculier. De machtsposities op lokaal niveau lijken hierbij veel op die van de regering van nationale eenheid. Ennahda-leider Ghannouchi heeft ingestemd met de controversiële anti-corruptiewet en de protesten afgekeurd, terwijl dat niet bij het karakter van Ennahda past, omdat de partij een sociale reputatie heeft en het de positie van de partij zou versterken. Zou hij dat doen ten behoeve van de fragiele ‘eenheid’?

De apolitiek die politieke partijen bedrijven zorgt voor stagnatie en verdere verdeeldheid, en daar zullen de burgers zeker niet op aanhaken, ook niet tijdens de lokale verkiezingen. In plaats daarvan zien we nieuwe initiatieven zoals Manich Msamah, die een constructieve bijdrage levert aan het politiseren van het debat. Politici weigeren daar echter gehoor aan te geven, waardoor een steeds grotere frustratie zichtbaar wordt. Een nieuwe trend van ‘civic activism’ is hetzelfde als wat er in 2010 in Sidi Bouzid gebeurde: zelfverbranding als vorm van protest. 17 december 2010 was een zeer bepalende datum, maar misschien wordt 17 december 2017 dat ook wel. Wat zeker is, is dat het democratisch proces nog lang niet is afgerond.

Door: Esther Nass

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl