Tweede Kamer verdeeld over eu vs handelsverdrag

Een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten is in de maak. Het zal nog een paar jaar kunnen duren voordat zo’n verdrag er werkelijk komt, maar de Haagse politiek liet vorige week tijdens een hoorzitting over dit onderwerp al flinke verdeeldheid zien.

De Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) was maandag 17 mei onderwerp van gesprek in Den Haag. Het verdrag waar onlangs de vijfde onderhandelingsronde over begon, moet onnodige handelsbarrières tussen de twee grootmachten wegnemen en zorgen dat standaarden waar producten aan moeten voldoen beter op elkaar aansluiten.

Onderhandelingen over de TTIP zijn verre van transparant en de kamer liet zich dan ook graag informeren door verschillende experts. Experts uit het bedrijfsleven prezen de TTIP aan als een economisch pepmiddel, terwijl het maatschappelijk middenveld en wetenschappelijke organisaties zich zorgen maakten over zaken als privacy, consumentenbelangen en het milieu.

De experts voorzagen de Kamerleden met ver uiteenlopende informatie en opinies. Zo had Europarlementariër Marietje Schaake, woordvoerder voor de ALDE fractie over TTIP, het over “grote economische belangen”, waardoor het er “hard aan toe gaat” tijdens de onderhandelingen. Ook Willem-Jan Laan – voorzitter commissie handelsbeleid VNO/NCW – had het over enorme kostenbesparing, economische groei, en meer banenvoor Nederland en Europa.

Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de UvA, sprak echter over “hele geringe baten” voor Europa en Nederland, met hoge sociale kosten voor dier, milieu, en consument. Ook Thierry Baudet, jurist en historicus, gelooft er niet in dat de TTIP economische voordelen op zal leveren voor Nederland en Europa, en zei dat schaalvergroting niet zal leiden tot meer efficiëntie.

Marianne Thieme (PvdD) en Bram van Ojik (GL) vroegen naar de gevolgen van het verdrag voor derde landen, en specifiek naar de impact die het zal hebben op ontwikkelingslanden. Hierop volgde evenmin overeenstemming. Keimpe van der Heijden, van de Nederlandse Akkerbouwvakbond, benadrukte dat een vrije markt tussen Europa en de VS zal zorgen voor meer competitie, waar ontwikkelingslanden de negatieve gevolgen van zullen ondervinden. Ook Baudet benadrukte dat vrijhandel meer competitie betekent, en dat competitie per definitie een wedstrijd is. In een wedstrijd geldt het recht van de sterkste. Een grote kans dus dat ontwikkelingslanden niet zullen ‘winnen’ in deze wedstrijd.

Laan noemde echter dat in het verdrag duurzaamheid en ontwikkeling nadrukkelijk zullen worden meegenomen. De onderhandelingen scheppen juist ruimte voor een betere facilitatie van de markttoegang voor ontwikkelingslanden, aldus Laan. Koen Berden, algemeen directeur Ecorys, beaamde dit. Hij voegde er echter aan toe dat als er een ‘rules of origin clause’ zal worden toegevoegd aan het verdrag, dit nadelig zal kunnen uitpakken voor ontwikkelingslanden.

Een van de controversiële onderdelen van het verdrag is het ‘investor-state dispute settlement’ (ISDS) mechanisme. Deze clausule geeft bedrijven het exclusieve recht staten aan te klagen als nieuw beleid dreigt hun vermeende winsten te verkleinen. Roeline Knottnerus, beleidsadviseur handel- en investeringsbeleid bij SOMO, ziet dit mechanisme als het grootste gevaar van de TTIP. “Als Nederland strengere duurzaamheidseisen wilt in de toekomst en dit is onderdeel van het verdrag, dan kunnen er forse schadeclaims tegen Nederland komen,” aldus Knottnerus.

Fair Politics vindt het onacceptabel dat de onderhandelingen over de TTIP, waar zulke grote belangen bij gemoeid zijn, zo intransparant zijn. Het is dus maar afwachten wat het verdrag precies voor gevolgen zal hebben.  Het is van groot belang dat de Europese milieu-, arbeids-, en privacy-standaarden gewaarborgd blijven. Daarnaast is het belangrijk dat ontwikkelingslanden niet buitenspel worden gezet. Een trans-Atlantisch vrijhandelsverdrag moet rekening houden met ontwikkelingslanden.  Brussel en Washington zouden moeten afspreken om de handelsvoordelen die zij bieden aan ontwikkelingslanden te verbeteren en gelijk te trekken. Er kan niet worden gesproken van vooruitgang als ontwikkelingslanden met dit verdrag straks buiten de boot vallen.

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl