Verhoog de Nederlandse inzet voor ontwikkelingssamenwerking

Op 11 april jl. publiceerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) het concept Official Development Assistance (ODA)-rapport met de cijfers van 2016. Deze cijfers geven inzage in de daadwerkelijke uitgaven van de OESO-landen aan ontwikkelingssamenwerking. Het gaat om een 30-tal landen die lid zijn van het Development Assistance Committee (DAC) en samen hebben afgesproken om jaarlijks minimaal 0,7 procent van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) te besteden aan officiële ontwikkelingssamenwerking, ook wel ODA genoemd. Het definitieve rapport wordt in december 2017 gepubliceerd.

Nederlandse inzet daalt

Onder kabinet Rutte-II is fors bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Met als gevolg dat Nederland in 2013 en 2014 voor het eerst sinds 1974, minder dan 0,7 procent van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking besteedde.  Uit de voorlopige cijfers van de OESO blijkt dat ook in 2016 de 0,7 procent niet is gehaald. In 2016 besteedde Nederland namelijk 0,65 procent van het BNI aan ontwikkelingshulp. Dit betekent een verlaging van 13,1 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Met dit percentage verdwijnt Nederland uit de top vijf van landen die procentueel het meeste investeren in ontwikkelingssamenwerking. De verwachting is dat het percentage van 0,65 procent de komende jaren nog verder zal dalen.

Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

Het hoofddoel van ontwikkelingssamenwerking is het tegengaan van armoede en het bevorderen van duurzame (economische) ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van  geld, goederen, of diensten naar ontwikkelingslanden –en gebieden. Onwenselijk is dat sinds 1992 ook de kosten voor eerstejaars asielopvang onder officiële ontwikkelingssamenwerking geschaard mogen worden. Dit zijn kosten die in eigen land gemaakt worden en staan daarom haaks op de hoofddoelstelling van armoedebestrijding en het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Investeren in ontwikkelingssamenwerking

Met het ondertekenen van de Sustainable Development Goals (SDGs) in 2015, heeft Nederland zich opnieuw gecommitteerd aan het beëindigen van extreme armoede en honger. Ook de meerderheid van de politieke partijen wil weer investeren in ontwikkelingssamenwerking, aldus hun verkiezingsprogramma’s. Dat betekent dat Nederland weer  0,7 procent van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking gaat besteden, exclusief de opvang van eerstejaarsopvang van asielzoekers. Nu is het aan de partijen aan de formatietafel om het Nederlandse ontwikkelingsbudget weer op te schroeven naar een volwaardig niveau.

Gepubliceerd door: José van de Water, afbeelding: OECDBrand

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl