Verkiezingen in Guinee-Bissau: een welkome verandering

Afgelopen zondag 18 mei vonden er relatief rustige en succesvolle presidentiële en parlementaire verkiezingen plaats in Guinee-Bissau, het kleine West-Afrikaanse land dat zich tussen Senegal en Guinee bevindt. Met 62% van de stemmen is José Mario Vaz van de grootste partij PAIGC (Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië) tot president gekozen.

Dit was de tweede ronde van de presidentiële verkiezingen. De eerste ronde vond vorige maand op 13 april plaats. Toen was er nog geen duidelijkheid over wie er president zou worden waarna een tweede ronde werd ingesteld. In de tweede ronde was de opkomst groot, wat volgens VN secretaris-generaal Ban Ki-moon weergeeft “hoe betrokken de mensen zijn bij dit proces naar vrede en democratie”. De PAIGC werd ook de grootste partij in het parlement.

Sinds de onafhankelijkheid in 1974 is het land politiek instabiel geweest. Ban Ki-moon sprak dan ook zijn vreugde uit over het succes van de verkiezingen deze week. Hij hoopt dat alle partijen de democratische wil van het volk zullen honoreren.

Coup d’état in 2012
Eigenlijk hadden de verkiezingen al in 2012 moeten plaatsvinden toen interim President Raimundo Pereira en minister-president Carlos Gomes Junior (die bekend staat als Cadogo) werden afgezet in een militaire coup d’état.

Het was een relatief geweldloze coup die Manuel Serifo Nhamajo naar voren schoof als president in een overgangsregering. De reden dat het leger de regering wilde afzetten was dat ze het gerucht hadden opgevangen dat Carlos Gomes een deal had gesloten met de Angolese regering om het Bissau-Guinese leger te ontbinden. Ook zou de minister-president gevraagd hebben om een VN-interventie in het land. Hij had al langer een hervorming willen doorvoeren die het leger zou verkleinen.

De Europese Unie, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), de Afrikaanse Unie en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelden de coup en kondigden sancties aan. Die zouden vooral effect hebben op de toch al onderontwikkelde economie. Guinee-Bissau is een van de armste landen ter wereld: tweederde van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Een van de redenen waarom de internationale gemeenschap de coup veroordeelde was omdat het land door het gebrek aan legitiem en aansprakelijk gezag was veranderd in een drugshaven: vanuit Zuid-Amerika worden de drugs aangevoerd en verder verspreid via de verlaten eilanden en gebieden in Guinee-Bissau. Het leger lijkt deze illegale handel zelfs te faciliteren en te begeleiden. De smokkel van voornamelijk cocaïne levert veel geld op maar werkt het geweld en de corruptie in de hand.

Een geschiedenis vol politiek geweld
De recente geschiedenis van Guinee-Bissau wordt gekenmerkt door politiek geweld. Dit begon in 1890 toen Portugal de gebieden die nu Guinee-Bissau vormen inlijfden als Portugese kolonie. De koloniale overheersers probeerden de Afrikaanse volken te onderwerpen. De onrust die bleef smeulen kon zelfs het zeer gewelddadige Portugese bewind niet onderdrukken. Van 1960, toen een golf van onafhankelijkheid West-Afrika overspoelde, tot 1974 vocht de antikoloniale rebellengroep PAIGC een guerrilla oorlog tegen de Portugese overheersers. Zij hadden vele Bissau-Guinezen in hun leger waardoor de rebellen tegen hun eigen landgenoten moesten vechten.

Toen Guinee-Bissau de oorlog won van Portugal en de onafhankelijkheid verkreeg, werd de regering in Portugal ontzet. De onafhankelijkheid voor Angola, Kaapverdië en Mozambique volgden niet lang daarna.

Guinee-Bissau kon echter geen stabiliteit vinden. De PAIGC raakte onderling verdeeld en het geweld duurde voort. Uiteindelijk leidden de spanningen tot een burgeroorlog in 1998. In 1995 kreeg het land een democratisch staatsbestel, maar sinds dat jaar is het echter nog geen president gelukt het termijn af te maken: de militaire coups en de moordaanslagen blijven de politiek en de samenleving ontwrichten. In totaal is het land officieel in oorlog geweest voor 65 jaar van de 124 jaar dat Guinee-Bissau als zodanig gecreëerd werd door de Portugese overheersers.

De verkiezingen in 2014
In april deden dertien kandidaten mee voor de presidentiële verkiezingen met onder andere winnaar en voormalig Minister van Financiën Jose Mario Vaz van de PAIGC en Abel Incada, lid van de Partij voor Sociale Vernieuwing (PRS) dat nu de grootste oppositiepartij is. Incada ontving in de eerste ronde echter nog geen 7% van de stemmen. Naast Vaz was Nuno Gomes Nabiam de meest kanshebbende kandidaat. In de eerste ronde ontving hij bijna een kwart van de stemmen.

Vaz voerde voornamelijk campagne over het tegengaan van de armoede in het land en beloofde meer investeringen in de landbouw. Nambiam was meer gericht op de gezondheidszorg, onderwijs en het tegengaan van de grote jeugdwerkloosheid in het land. Vaz had het leger opgeroepen zich afzijdig te houden. Er waren troepen aangesteld via ECOWAS om de orde te bewaken.

Een blik vooruit
Volgens José Ramos-Horta, Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal en hoofd van de VN Vredesopbouw missie in Guinee-Bissau (UNIOGBIS) zal de nieuwe regering na de verkiezingen noodsteun moet ontvangen om de salarissen te kunnen betalen en een staat te kunnen opbouwen.

Hij benadrukte dat zonder een stabiele regering en politieke orde in het land de staat weer heel snel kan imploderen. Guinee-Bissau zal het hoofd moeten bieden aan heel veel socio-economische problemen en het zou dus noodzakelijk zijn om burgers te betrekken bij de opbouw van het land. 

De Afrikaanse Unie heeft aangegeven de sancties op te heffen als de verkiezingen tot een goed einde worden gebracht. Dit zal bijdragen aan de opbouw van het Guinee-Bissau. 


Door Merel Berkelmans

Bronnen: UN, IRIN News, BBC, New York Times, Reuters, Voice of America, Premium Times

Foto: EU Election Observation Mission

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl