“Vertrouwen van de Malinese bevolking is cruciaal”

Op donderdag 26 mei organiseerde de FMS het Politiek Café “Nederland in Mali.” De avond stond in het teken van de missie van de Nederlandse militairen en politietrainers in Mali. Wat voor haken en ogen zitten er aan de missie? Waarom Mali? En wat zijn de vooruitzichten? Een verslag van een avond vol debat, discussie, en muziek.

Mali in crisistijd
Na een welkomstwoord door Arjen Berkvens, directeur FMS, trapte Manon Stravens de avond af met een column over haar ervaringen in Mali. Voor ICCO werkte ze vier jaar in Bamako waar ze in 2011 midden in een crisis terecht kwam door de coup d’état. In haar column vertelt ze over haar moeilijke laatste dag in Mali, de spanning tussen het dagelijkse leven in de hoofdstad en de gevechten in het noorden en noodzaak van humor in crisistijd. Een sterke staat met een competente politieke klasse die stoelt op een kritische burgerbeweging is nodig om Mali’s democratie te redden die nu aan een zijden draad hangt. En nog belangrijker: Mali’s lot ligt niet in handen van de VN-missie MINUSMA maar in handen van de Malinees.

Maar waarom is MINUSMA dan nodig? Hoe komt Nederland ertoe om een bijdrage te leveren? Het panel gaat verder in op deze vragen. Roelof van Laar, PvdA woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer vertelt: “Nederland was te laat om deel te nemen aan de EU-missie dus toen de VN een oproep deed waren de regering en het parlement er snel over eens dat er een Nederlandse bijdrage zou komen. Het is wel belangrijk te vermelden dat deze missie anders is dan andere: Nederland is nu geen gebiedsverantwoordelijke bijvoorbeeld.” Hij voegt later op de avond toe dat Mali al veertig jaar een partnerland is van Nederland. “Ook dat is een van de redenen waarom we bij willen dragen aan haar stabiliteit.”

3-D benadering
Wat ook anders is dan andere keren is dat de 3D-benadering (
development, defense, en diplomacy) nu vanaf het begin in acht wordt genomen. Later op de avond komen we hier nog veelvuldig op terug. Eerst wordt er aan Jan Gruiters, directeur van PAX, gevraagd of hij uit zijn evaluatie van de missie in Afghanistan belangrijke lessen heeft getrokken waar we zeker aandacht aan moeten besteden nu we in Mali zitten. Gruiters: “Ten eerste moeten we zeer duidelijk zijn in onze doelstellingen, die niet te ambitieus moeten zijn; verandering gaat langzamer dan we denken. Ten tweede moet voor een politiek probleem in Mali, namelijk de discriminatie van de volkeren in het noorden door de regering in het zuiden, ook een politieke oplossing komen. Als laatste is het cruciaal dat de Malinese burgers centraal staan bij deze missie: wat zijn hun belangen en behoeften? Het wekken van hun vertrouwen is essentieel voor het succes van de missie.”

dsc02225

Aan
Annick van Lookeren Campagne, beleidsmedewerker Mali bij Oxfam Novib wordt gevraagd wat de specifieke rol van Oxfam is in Mali. Ze geeft aan dat ze zowel een humanitair programma in het noorden hebben als een ‘goed bestuur’ project in Bamako die vrouwenleiderschap en toegang tot recht promoot. Het viel Van Lookeren Campagne op dat MINUSMA in Bamako niet zo zichtbaar is, maar dat het in het noorden lastig is soms om humanitaire hulp te bieden als ook de militairen aan ontwikkelingssamenwerking doen: “Wie heeft nu welke verantwoordelijkheid? De mensen hebben geen idee meer wie nu wat moet doen. En voor de bevolking is het verwarrend.”

Aart van der Heide, die meer dan twintig jaar in Mali gewoond en gewerkt heeft, beaamt dit: “De situatie is niet goed in Mali. Veel Malinezen waren heel blij met de Fransen toen ze binnenkwamen, maar de situatie is helemaal omgeslagen. De bevolking weet nog steeds niet wat MINUSMA komt doen in Gao [een van de grotere steden in het noorden van Mali, red.]. De sfeer is steeds meer anti-Frans.” Van der Heide heeft zelf ook grote twijfels bij de missie: de Nederlanders zijn de oren en ogen van MINUSMA maar kunnen ze dat wel? “Het is een heel ingewikkeld gebied. Nederland denkt dat we goed doen, maar ik hoor in Mali hele andere dingen.” 

Buitenlandse troepen versus binnenlandse problemen
Na het kritische geluid van Van der Heide geeft Berkvens het woord aan het publiek: “Wat was het alternatief voor een interventie? De crisis in Mali is niet veroorzaakt door de Fransen, maar ze proberen het nu wel te beperken.” Van der Heide: “Er gaan stemmen op dat de Fransen er alleen voor hun eigen profijt zitten. Dit is iets waar de Malinezen bang voor zijn.” Henriette Kuypers-Touré, weduwe van de bekende Malinese artiest Ali Farka Touré: voegt toe: “In het gebied zit veel uranium. Malinezen zijn bang dat Fransen in het noorden bodemonderzoek doen.” Ze komt ook even terug op wat Gruiters aangaf over het politieke probleem in Mali: “Het grote probleem van de discriminatie van het noorden van Mali klopt niet. Als je kijkt naar afgelopen dertig jaar hebben de bevolkingsgroepen moeten vluchten door buitenlandse troepen.”


dsc02236Gruiters reageert: “Er is inderdaad een ingewikkelde vermenging ontstaan tussen verschillende Malinese volkeren en criminele en jihaddistische groeperingen uit andere landen. Maar over het algemeen wantrouwen de mensen in het noorden van Mali hun regering in Bamako. Het is zeer belangrijk dat deze vertrouwensband wordt opgebouwd.”

De problemen in het noorden worden dus niet alleen veroorzaakt door de roep om autonomie door sommige Toearegs, maar vooral ook door buitenlandse groeperingen die misbruik maken van het Malinese conflict. Hen wegjagen zal alleen geen oplossing bieden voor Mali. Gruiters benadrukt dat een politieke oplossing vanuit de regering in samenwerking met alle burgers moet komen.

Internationale solidariteit op grassroots niveau
Na de pauze die werd opgeluisterd door de muziek van het duo Gin&Tonic sprak PvdA’er Jaap Huurman een column uit over zijn ervaring met internationale solidariteit. Hij gaf aan te twijfelen over het concept internationale solidariteit: is het geen achterhaald, ouderwets begrip? Heeft het niet plaatsgemaakt voor moderne politiek en buitenlandse handel? Huurman: “Het lijkt wel of we nauwelijks meer betrokken zijn als lokale, actieve mensen bij zulke internationale initiatieven als een vredesmissie. Daarom heb ik besloten om een werkgroep op te richten die zich zal richten op een project in Mali waar we mee aan de slag kunnen vanuit een internationaal solidair perspectief. Vanuit de grassroots zoiets beleven, dat kan mensen binden aan deze politieke vraagstukken.” Zijn oproep kreeg gehoor tijdens de borrel.

dsc02262
Iemand die ook op een grassroots niveau bezig is met internationale solidariteit is de al eerder genoemde Henriette Kuypers-Touré. Zij richtte Music for Mali  op in 2012, een stichting die zich inzet voor het muzikale erfgoed van Mali en instrumenten inzamelt voor muzikanten die onder de bezetting van de islamisten hun instrumenten zijn kwijtgeraakt. Ze vertelt over hoe belangrijk muziek is in Mali: “De orale traditie is in Mali het allerbelangrijkste medium om boodschappen door te geven. Als er bijvoorbeeld cholera uitbreekt, zal de dorpsomroeper dit aan iedereen vertellen door middel van liederen. Door instrumenten in te zamelen en festivals te organiseren die vrede en saamhorigheid stimuleren proberen we die muziek weer mogelijk te maken.” Haar activiteiten vinden voornamelijk plaats in Niafunké, het dorp waar Ali Farka Touré vandaan kwam.  

MINUSMA en de lokale bevolking
In het tweede deel van het panelgesprek werd teruggekomen op wat er nu precies speelt in Mali. In het begin van de avond bleek dat de problemen in het noorden niet per se alleen komen door de Toearegs of door de islamisten, ook al laat de Nederlandse berichtgeving wel dat beeld zien. Van der Heide begint: "De Toearegs zijn bijna allemaal weg uit het noorden en velen zijn naar vluchtelingenkampen in Mauritanië gevlucht. De islamisten komen voornamelijk uit Libië, net als de rebellen die zich het MNLA bevrijdingsleger noemen. Niemand heeft eigenlijk echt zicht op wie wie is. Je moet daar geboren zijn om het gebied te kunnen begrijpen dus ik denk dat de Nederlanders daar echt niet veel kunnen uitrichten." 

Daarnaast blijkt, volgens Van Lookeren Campagne, dat de lokale bevolking niets van MINUSMA wil weten. “In Bamako merk je MINUSMA amper. In Gao meer, maar de bevolking vraagt zich af wat ze doen. Het is voor hen niet duidelijk of de Nederlanders hen nu komen beschermen of niet. Het is daarom erg belangrijk dat Nederland goed communiceert wat ze doen maar vooral ook wat ze niet kunnen doen.


Berkvens wendt zich tot Van Laar: “hoe neem je dit ten harte?” Van Laar: “De ministers hebben aangegeven dat communicatie een prioriteit is. De missie zal eerst een negatieve impact hebben op de bevolking: hotels, benzine, en eten zal duurder worden, prostitutie zal toenemen. Dit moeten we goed in de gaten houden.” 

Meer aandacht nodig voor diplomatie
Berkvens komt nog even terug op de 3D-benadering. Hoe krijg je deze D’s in balans in Mali? Gruiters: “We moeten constateren dat hoe zeer het ook 3D is, vooral defensie aanwezig is en veel geld kost. Er moet meer energie gestoken worden in diplomatie en dialoog- en verzoeningsprocessen tot stand laten komen.” Het publiek vraagt zich af: “Wil de overheid dit wel?” Gruiters: “Het zou naïef zijn als we denken dat ze staan te trappelen om in te grijpen, maar deze overheid kent te weinig legitimiteit en vertrouwen nu. Daar is ook een spanningsveld voor MINUSMA: we willen de burgers beschermen en de regering helpen, maar wat als de burgers nu gedwarsboomd worden door de regering zelf?”

dsc02248
Samenwerking VN en Frankrijk
En wat is eigenlijk het verschil tussen MINUSMA en de interventie van de Fransen, Opération Serval? De Nederlanders vergaren inlichtingen, maar waar zijn die voor bedoeld? Van Laar: “Als Nederland op een terroristische cel stuit, hoeven de troepen niet te wachten totdat ze worden aangevallen, maar mogen ze ingrijpen. De inlichtingen die ze verzamelen geven ze door aan het MINUSMA hoofd-kantoor in Bamako, dat intensief samenwerkt met de Fransen.” De scheidslijn is dus niet helemaal duidelijk, merkt het publiek op.

Het publiek wijst ook op het regionale karakter van het conflict: waarom wordt er bijvoorbeeld geen hulp geboden in Niger of andere buurlanden waar ook terroristische dreigingen zijn? Het panel stemt in: dit is inderdaad heel belangrijk. De complexiteit in de regio neemt alleen maar toe en MINUSMA stopt bij de Malinese grenzen. Dit zou, volgens Gruiters, zeker niet het geval moeten zijn.

“We moeten doen waar we goed in zijn”
Berkvens stelt dan zijn laatste vraag aan het panel: wat is er volgens hen nodig om MINUSMA te laten slagen? Van Lookeren Campagne: “We moeten doen waar we goed in zijn. Het beschermen van de burgers moet centraal blijven staan.” Van der Heide is kritischer: “Volgens de Malinezen moeten ze zo snel mogelijk weg want ze willen en kunnen hun eigen boontjes doppen.” Gruiters en Van Laar gooien het over een andere boeg: “Het is essentieel dat het vertrouwen van de bevolking gewekt wordt. Dit geldt voor MINUSMA, de Malinese regering, en lokale bestuurders. Met de Nederlandse bijdrage zullen we vooral het lokaal bestuur ondersteunen en Mali haar eigen toekomst laten bepalen.”

Terwijl Gin&Tonic de borrel inluidde, praatten het panel en het publiek nog even na over die laatste opmerkingen. Het was een geslaagde avond die smaakt naar meer. We willen daarom ook vooruitblikken op het volgende Politiek Café in Groningen: “De Arabische lente: drie jaar later.” U kunt zich hier aanmelden voor deze avond. Meer informatie volgt. 

Aanmelden nieuwsbrief

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar info@foundationmaxvanderstoel.nl