naamloosMax van der Stoel (1924-2011)

Er is geen Nederlander die sinds de Tweede Wereldoorlog een grotere rol heeft gespeeld in de internationale diplomatie dan Max van der Stoel. Ik heb nog niemand anders ontmoet die zo consequent het algemeen belang boven zijn eigen belang wist te stellen, voor wie de zaak altijd voorop stond, voor wie alleen het resultaat telde en nooit de schone schijn.

Frans Timmermans, necrologie over Max van der Stoel, april 2011

Max van der Stoel werd geboren op 3 augustus 1924 in Voorschoten. Als zoon van een huisarts werd de jonge Max gedurende de crisisjaren geregeld door zijn vader meegenomen op patiëntenbezoek. Hij zag in deze periode dat ongezondheid en armoede onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Zo werd hij zich al op jonge leeftijd bewust van sociale misstanden en de noodzaak tot rechtvaardigheid.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Van der Stoel bij zijn moeder in Leiden. Wanneer hij stiekem naar de BBC luisterde werd hij niet alleen op de hoogte gehouden van het verloop van de oorlog, maar ook van de binnenlandse politiek van het Verenigd Koninkrijk. In deze periode ontstond bij Van der Stoel affiniteit met Labour, omdat die partij als geen ander de sociale beweging combineerde met het streven naar persoonlijke vrijheid. Met deze overtuiging meldde Van der Stoel zich meteen bij de oprichting aan bij de Partij van de Arbeid, waarbinnen met de erfenis van de SDAP en de VB deze sociale en vrijzinnige idealen ook voortgezet werden. Van der Stoel zou de PvdA trouw blijven tot aan zijn dood in 2011. 
max3
Na zijn diploma behaald te hebben aan het Stedelijk Gymnasium Leiden bleef Van der Stoel in die stad om rechten te gaan studeren aan de Rijksuniversiteit. In 1947 behaalde hij zijn doctoraalexamen. In 1953 kwam daar een doctoraalexamen sociologie bovenop. Na het afronden van zijn studie begon Van der Stoel aan zijn lange en indrukwekkende dienstverband voor de Partij van de Arbeid. Van 1953 tot en met 1958 was hij werkzaam voor het wetenschappelijke bureau van de partij, de Wiardi Beckman Stichting. Hierna werd hij internationaal secretaris van de partij, tot 1963. Vanaf 1960 combineerde Van der Stoel deze functie met het lidmaatschap van de Eerste Kamer. 

In 1965 jaar begon zijn carrière in de Tweede Kamer. In het kabinet-Cals was hij kortstondig staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, tot aan de nacht van Schmelzer en de daarmee gepaarde val van het kabinet. In 1971 was hij schaduwminister van Buitenlandse Zaken in het Schaduwkabinet-Den Uyl. Na een lange formatie werd Van der Stoel herbenoemd tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). 

Tijdens zijn ministerschap liet hij zich niet leiden door de linkse sentimenten binnen de partij. Zijn afkeer van dictaturen van welke politieke slag dan ook, zijn steun aan de dissidentenbewegingen achter het IJzeren Gordijn en zijn uitgebroken standpunt in de oliecrisis zorgden voor een markant en succesvol ministerschap, maar maakte van hem ook een voortdurend doelwit voor Nieuw Links. Zijn voor de Griekse kolonels vernietigende rapport leidde tot de uitsluiting van het regime uit de Raad van Europa, hetgeen, zo heeft de voormalige premier George Papandreou eens gezegd, niet alleen het verzet tegen de kolonels moed gaf, maar het regime ook een harde, uiteindelijk dodelijke klap toebracht.

max4Na zijn kortstondige ministerschap in het tweede kabinet-Van Agt keerde Van der Stoel niet meer terug in de Tweede Kamer. Onenigheid met Joop den Uyl over de kruisrakettenkwestie zorgde voor een breuk met de leider die hem altijd had verdedigd tegen de talloze aanvallen vanuit de linkse facties van de partij. Van der Stoel wilde niet zwichten voor het electoraal aantrekkelijke “kruisraketten nee” standpunt voor eenzijdige ontwapening van het westen. Vanwege de agressieve bedoelingen van de Sovjet-Unie was een dergelijke maatregel volgens Van der Stoel te onverantwoord.

Na deze breuk vervolgde Van der Stoel zijn internationale diplomatieke loopbaan als ambassadeur bij de Verenigde Naties. Tussen 1983 en 1986 was hij werkzaam in New York. Hierna keerde hij terug naar Nederland, waar hij tot 1992 lid van de Raad van State was. Tot de opheffing in 1992 was Van der Stoel leider van de uiterst geheime organisatie O&I (Operaties en Inlichtingen), beter bekend als Gladio, die het verzet moest leiden, mocht Nederland na de Tweede Wereldoorlog opnieuw bezet worden. Daarnaast werd Van der Stoel in 1988 gerekruteerd als geheim agent voor de Dienst Operatiën & Inlichtingen, een stay behind-verzetsorganisatie voor het theoretische geval de Sovjet-Unie Nederland zou bezetten. In mei 1991 werd Van der Stoel benoemd tot minister van Staat.

Hoewel Van der Stoel de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels al meer dan een jaar bereikt had, was zijn honger naar internationale rechtvaardigheid en respect voor mensenrechten allerminst gestild. Van 1991 tot 1999 was hij VN-rapporteur voor de naleving van de mensenrechten in Irak. Vanaf 1993 kwam hier een tweede functie bij. Van der Stoel was tot juli 2001 Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Vanaf 1 juli 2001 was Van der Stoel actief als speciale adviseur van Javier Solana, de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het gemeensmax van der stoelchappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. 

Van der Stoel overleed op 23 april 2011 op 86-jarige leeftijd na een kort ziektebed. Behalve talloze onderscheidingen die hij tijdens en na zijn leven ontving, is er ook een prestigieuze prijs naar hem vernoemd. De Max van der Stoel Prijs is een internationale beloning die bij zijn afscheid door de Nederlandse regering is ingesteld. Deze prijs, momenteel ter waarde van €50.000, wordt elke twee jaar uitgereikt aan personen of organisaties die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de positie van nationale minderheden in het OVSE-gebied.

 

 

Meeschrijven voor de FMS? Stuur je inzending (maximaal 400 woorden) naar nieuwsbrief@foundationmaxvanderstoel.nl